Soms kan kunst bevreemdend werken. Meer dan eens vragen we ons af wat een kunstwerk nu eigenlijk is, wat het moet voorstellen en of het zelfs kunst is. Welk verhaal moeten we erin lezen? De campussen van UAntwerpen staan vol kunstwerken, maar of er veel studenten zijn die ze goed bekijken valt te betwijfelen. dwars vliegt erin en belooft je dat vijf minuten eerder opstaan om de pareltjes op de universiteit toch eens goed te bekijken, helemaal de moeite waard is. Deze keer doen we de binnentuin van Het Brantijser aan.
“Hedendaagse kunst, dat zou evengoed door een kind gemaakt kunnen zijn!” Dat zou ik zelf natuurlijk nooit over mijn lippen krijgen, maar het is toch de gemiddelde reactie wanneer een conceptueel kunstenaar weer eens met een nieuw objet trouvé afkomt. Je weet wel, werken zoals die van Marcel Duchamp, die in 1917 een urinoir presenteerde en het kunst noemde. De eerste keer was dat natuurlijk vernieuwend, maar toen enkele jaren geleden de Italiaanse artiest Maurizio Cattelan afkwam met zijn werk Comedian, bestaande uit een banaan op een muur geplakt, was de algemene reactie natuurlijk dat dat gewoon flauw was.
Nee, dat zou ík als echte kunstliefhebber natuurlijk nooit durven stellen, ofschoon ik beschaamd moet toegeven dat één bepaald hedendaags kunstwerk toch ook jaren aan mijn aandacht wist te ontsnappen: Inzicht/doorzicht van de Belgische kunstenaar Mark Verstockt. Dit werk siert als sinds 2011 de binnentuin alias koer van gebouw Het Brantijser. Een gebouw waar ik, als oud-student Geschiedenis, gedurende enkele jaren meermaals vertoefd heb. De ijzeren constructie van negen kubussen, waarvan de middelste geperforeerd is, was bij mij nooit als kunstwerk aangekomen. Op zijn meest had ik er een wat stilistisch vormgegeven ventilatieschacht in gelezen.
In tegenstelling tot Cattelans banaan op de muur, is het werk van Verstockt niet direct om mee te lachen. Maar op een dag doorhebben dat je al jaren zonder enig benul voorbij een hoogtepunt in het Belgisch constructivisme loopt, is op een bepaalde manier ook een komisch inzicht. Geen conceptual art dus, maar constructivisme. Een stijl waarvan verwarring met industriële vormgeving misschien niet de grootste zonde is. Want deze beweging, die rond 1915 in Rusland ontstond, was dan ook een stijl nog voor de industriële maatschappij. Ze betekende een sterke breuk met de voorgaande kunstgeschiedenis. Want haar kunstenaars, zoals Rodtsjenko en Malevitsj, braken esthetisch met de zogenaamde mimesis, een manier van vormgeven waarin de nabootsing van de werkelijkheid centraal stond. Een natuurlijke evolutie voor een bevolking die het platteland inruilde voor het leven in de steden.
Langzaam sijpelden de tendensen van de Russische avant-garde ook door naar België, waardoor in de jaren zestig ook kunstenaar Mark Verstockt geïnspireerd werd. Al was zijn wending naar de totale abstractie geen geëffend pad. Na eerst twee jaar rechten te hebben gestudeerd in Gent kwam Verstockt terecht in de Antwerpse Academie om er schilderen te volgen. Hier maakte hij in het begin nog vrij figuratieve werken, zoals naaktbeelden. Later evolueerde zijn schilderen langzamerhand richting een verdere abstractie van de vorm. Zijn werken werden geometrische structuren waarin drie basisvormen – de cirkel, de driehoek en het vierkant – samenkwamen.
Deze liefde voor vorm en structuur is ook zichtbaar in Inzicht/doorzicht. De kubussen vormen samen een raster. De ruimte wordt onopgemerkt geordend in negen evenwaardige zones. Niet ontoevallig doet het denken aan een werk uit de Russische avant-garde, het Zwart Kruis van Malevitsj. Dat werd in 1915 tentoongesteld op de invloedrijke tentoonstelling 0,10 te Petrograd, waarin de schilder via een simpele zwarte kruisvorm zijn canvas in negen zones opdeelt. De onderverdeling van het vlak in negen is volgens Verstockt dan ook een oervorm. Toch is de kunst in Het Brantijser geen loutere kopie van Malevitsj. Hij wijst op het feit dat de beperkte oplage van deze oervormen ervoor zorgt dat verschillende culturen, beschavingen en artiesten telkens teruggekomen zijn op diezelfde basisvormen of variaties erop. Een afbeelding van een kruis is immers slechts een combinatie van negen vierkanten, en dus relatief simpel om te bedenken.
Dit maakt de individuele werken van kunstenaars niet direct minder uniek. De persoonlijke interpretatie die gegeven wordt aan de oervormen is volgens Verstockt de inbreng die een kunstenaar kan geven. Want het feit dat Verstockt, ondanks het gebruik van dezelfde oervorm, toch een heel ander werk presenteert dan Malevitsj, ligt bijvoorbeeld aan de keuze van het materiaal, maar ook aan de keuze om ruimtelijk te werken in plaats van op doek. Een kunstwerk is volgens hem immers een object dat de ruimte kan ordenen en zelf door de arbeid van de kunstenaar geordende ruimte wordt. Inzicht/doorzicht is dus een voorbeeld van experimenteren met materialen en methoden om de ruimte te ordenen.
Bij nader inzien was mijn blinde vlek voor dit werk dan misschien toch niet zo beschamend? Want desondanks zijn massieve indruk, heeft de metalen compositie ook een eclipserend karakter. De middelste kubus, die een rastermotief heeft, laat toe dat de toeschouwer een inzicht krijgt in de achterliggende omgeving. Op deze manier ordent het werk de ruimte, maar het doet dat heel ingetogen, zonder ze te overheersen. In dergelijke drukke stedelijke omgeving als Het Brantijser valt kunst die net de natuurlijke imitatie probeert te vermijden en doorlatend tracht te zijn dus natuurlijk minder op. Maar hoeft een kunstwerk wel op te vallen? Misschien is het soms al belangrijk genoeg om een stille ordenende kracht te zijn, in plaats van met banaan en tape de Comedian uit te hangen. Als dat geen inzicht is …
- Login om te reageren