MUSEUM TO SCALE, KUNSTIG(E) BLOKKEN

kunst op de campus

16/11/2023

In het begin van het academiejaar verdween Museum to Scale even uit de gangen van het R-gebouw. Na renovatie keren de kunstkabinetten geleidelijk terug. Onze redacteur voelde zich niet te groot om een duik te nemen in de wonderlijke miniatuurwereld van Museum to Scale en beleefde een trip down memory lane.

Wanneer ik door het R-gebouw wandel, verkeer ik steeds in een nostalgische bui. Nochtans was het eerste semester van mijn academische loopbaan allesbehalve een zorgeloze tijd. Overdag sleepte ik mij door onoverzichtelijke colleges, onleesbare handboeken en chaotische groepsopdrachten om ’s avonds naar het slaapkamerplafond te staren terwijl Leonard Cohen Is This What You Wanted? zong. Ik zou met een grote boog rond het R-gebouw moeten lopen, maar toch laat ik geen kans onbenut om rond te dwalen in de gangen vol kunstwerken. ‘De mens, ge kunt gij daar niet aan uit’, wist Gerard Walschap al.

Toen ik op de eerste dag van dit academiejaar door het R-gebouw wandelde op weg naar Students on Stage, had het interieur tot mijn grote ontsteltenis een metamorfose ondergaan. De befaamde blokken met miniatuurkunst- werken waren in geen velden of wegen te bekennen. Toen ik dit nieuws meedeelde op het Sint-Jansplein, reageerde iedereen vol ongeloof. Na het tonen van fotografisch bewijsmateriaal maakte ongeloof plaats voor weemoedigheid. De dj’s op het hoofdpodium deden nog zo hun best, maar in het hoekje van het Sint-Jansplein waar ik mij bevond, was de feeststemming ver te zoeken.

Daags nadien ging een dwarsconfrater ter plaatse poolshoogte nemen en plaatste enkele foto’s van de kale muren op zijn Instagramverhaal. In de daaropvolgende uren stroomden de reacties binnen. Talloze medestudenten reageerden oprecht verontwaardigd op het verdwijnen van de kunstblokken. Het oordeel was unaniem: het R-gebouw had zijn ziel verloren. Het had niet veel gescheeld of een menigte was met pancarten en brandende fakkels naar het R-gebouw gemarcheerd om de terugkeer van de kunstblokken te eisen. Zo’n vaart is het gelukkig niet gelopen; de ongerustheid over het verdwijnen van de kunstblokken bleek achteraf voorbarig. Cultuur- dienst Rubi stelde me gerust en verzekerde dat de kastjes na renovatie zouden terugkeren. Enkele dagen na de afbraak werd alles terug opgebouwd.

De kunstblokken van het R-gebouw liggen niet alleen studenten nauw aan het hart, het project dat de officiële naam Museum to Scale draagt, is een van de paradepaardjes van onze universiteit. Museum to Scale is het geesteskind van galeriehouder Ronny Van de Velde, die aan honderd Belgische kunstenaars vroeg om een miniatuurmuseumzaal te ontwerpen. Van de Velde verwijst zelf naar het werk Boîte-en-valise van de Franse dadaïst Marcel Duchamp, een koffer met miniatuurreproducties en replica’s van zijn eigen werk. Museum to Scale is evengoed een moderne interpretatie van het kunstkabinet, een kamer of kast voor een verzameling kunstwerken, rariteiten en andere memorabilia. Het kunstkabinet is voor de Antwerpse cultuurliefhebber geen vreemd gegeven. In de zeventiende eeuw stelde de specerijenhandelaar Cornelis van der Geest een indrukwekkende collectie samen die door kunstschilder Willem van Haecht op doek vereeuwigd werd. In betere tijden ging ik dat schil- derij regelmatig bewonderen in het Rubenshuis, maar nu het museum enkele jaren zijn deuren sluit voor renovatiewerken, ben ik aangewezen op het facsimile aan mijn slaapkamermuur.

Cornelis van der Geest had werken van Peter Paul Rubens en Quinten Massijs in zijn bezit, Museum to Scale toont daarentegen moderne meesters. De miniatuurkabinetten geven een overzicht van de Belgische kunstgeschiedenis met nadruk op de periode na 1950. Ronny Van de Velde is erin geslaagd om enkele grote namen zoals Luc Tuymans, Rinus Van de Velde en Anne-Mie Van Kerckhoven te strikken, kunstenaars van wereldformaat, al bestaat de kans dat hun namen geen belletje doen rinkelen. Ik zal bij een andere gelegenheid mijn beklag wel doen over de stiefmoederlijke behandeling van het kunstonderricht. Wat u nu vooral moet onthouden is dat al dat moois kosteloos te bewonderen is in de wandelgangen van het R-gebouw. UAntwerpen is op die manier in het bezit van een uitgebreide collectie Belgische topwerken. De universiteit laat dan ook geen kans onbenut om dat in de verf te zetten. Toen Museum to Scale in 2018 een permanente verblijfplaats kreeg in het R-gebouw – voordien reisden de kunstkabinetten de wereld rond van Florida tot Locarno – maakte UAntwerpen het nieuws wereldkundig met een YouTubefilmpje waar kosten noch moeite voor werden gespaard.

Beelden van de miniatuurkabinetten wisselen af met talking heads Anne-Mie Van Kerckhoven en rector Herman Van Goethem. De epische muziek en flitsende montage passen eerder bij de trailer van Mission Impossible dan bij de aankondiging van een kunstaankoop.

De pathetiek van de YouTubevideo is misplaatst. De kracht van het project schuilt juist in de bescheidenheid. Terwijl culturo’s elkaar tijdens de Biënnale van Venetië verdringen om een glimp op te vangen van Belgische topwerken, lopen er in het R-gebouw dagelijks talloze studenten achteloos voorbij werken van kunstenaars die in datzelfde paviljoen hebben tentoongesteld. Een cultuurpessimist zou klagen over de desinteresse in kunst die in ons Belgenland even groot is als het ego van de gemiddelde kunstenaar, ikzelf zie Museum to Scale eerder als kunstbeleving in zijn puurste vorm. In het R-gebouw is er geen eregalerij met topstukken, werken van bekende en minder bekende kunstenaars staan broederlijk naast elkaar. Het is aan de toevallige passant om te beslissen welk miniatuurkabinet de aandacht verdient. Geheel in lijn met die filosofie hebben informatiebordjes na de renovatie plaatsgemaakt voor QR-codes waardoor cultuurconsumenten hun oordeel niet laten afhangen van de naamsbekendheid van de artiest. Daardoor komen minder evidente namen in de kijker te staan. Koen Theys, iemand? Zijn Tout le monde Napoléon! is nochtans een publiekslieveling onder studenten, en dat voor een kunstenaar die ooit een dode herders- hond met een bijl in mootjes hakte. Zijn bijdrage aan Museum to Scale is gelukkige minder controversieel. Theys toont enkele Napoleonfiguren waarmee de kunstenaar verwijst naar de ijdelheid van de Franse generaal die in ieder van ons huist. En wie heeft er ooit al gehoord van Marie-Jo Lafontaine? Voor velen wellicht een nobele onbekende, maar iedereen heeft wel een mening over haar videokunstwerk Dance the World, het enige miniatuurkabinet met beeld én klank. Dat laatste had Lafontaine voor mijn part achterwege mogen laten. Uit goede bron heb ik vernomen dat te vroeg arriveren voor een examen en driekwartier Dance the World moeten ondergaan, geen pretje is. Hetzelfde kan gezegd worden over de roterende lichtbalken ter hoogte van de ingang aan de Lange Winkel- straat, een kunstwerk dat ongetwijfeld onaangename reacties uitlokt bij migrainelijders en epilepsiepatiënten. Op het wereldwijde web is de naam van de kunstenaar nergens terug te vinden, wellicht een veiligheids- maatregel om de persoon in kwestie te beschermen tegen geïrriteerde studenten.

Er resten mij te weinig tekens om stil te staan bij elk kabinet. Daarom spits ik mij enkel toe op de werken die mijn voorkeur wegdragen. Na lang twijfelen koos ik twee kabinetten. Helemaal bovenaan staat International Art van Frank Maieu, een fictieve psychiatrische instelling voor twintigste-eeuwse kunstenaars waar Sigmund Freud de honneurs waarneemt. Wie alle afgebeelde artiesten kan benoemen, verdient het predicaat ‘kunstkenner’. Op de tweede plaats staat het kunstkabinet met werk van fotograaf Léonard Misonne, die al fietsend het laatnegentiende-eeuwse België doorkruiste om rurale landschappen op glasplaat vast te leggen. Als ik naar de dromerige beelden van Misonne staar, vergeet ik even dat elke ademteug uitlaatgassen van de Antwerpse Ring bevat.

Wie interesse heeft in de overige kunstkabinetten die niet in dit artikel aan bod kwamen, kan op verkenning gaan in de gangen van het R-gebouw. Blijf gerust langer voor de kabinetten staan en negeer de blikken van de voor- bijgangers die je ongetwijfeld een rare kwast vinden. De cultuurbarbaren weten niet wat ze missen. Bij het ter perse gaan van dit artikel is Museum to Scale nog in aanbouw, maar vanaf midden november is de hele collectie weer in haar volle glorie te bewonderen. Ondergetekende zal met enige regelmaat door het R-gebouw dwalen, al was het maar om de nostalgicus uit te hangen. Bij nader inzien was dat eerste semester toch een mooie tijd...