Waar rook is, is vuur?

Studentenhome Ten Prinsenhove brandonveilig verklaard
30/05/2016
Bron/externe fotograaf
Google Street view

De Peda, oftewel Studentenhome Ten Prinsenhove. In deze oerlelijke seventies-wolkenkrabber die boven het Komida-restaurant uittorent, worden al sinds mensenheugenis honderdvijftig vlijtige studenten gehuisvest. Het is een instituut in het Antwerpse studentenleven, waar studenten al generaties lang samen wonen en studeren. Dat het geen modern kotgebouw is wist iedereen. De betonnen muren, TL-verlichting en de legendarische tapis-plain maken de Peda enigszins tot een acquired taste. Desondanks weten veel studenten door middel van sfeerverlichting en stijlvol meubilair de op het eerste zicht kale ruimte om te bouwen tot een knus nest. Groot was dan ook de verslagenheid toen de universiteit eind vorige week bekendmaakte dat het gebouw vanaf volgend jaar gesloten wordt. Wat is er net aan de hand en waarom werd de beslissing vlak voor de examens genomen? dwars zocht het uit.

een woelige vrijdag

“Net als de Studentenraad en Unifac, belegde Praesidium Ten Prinsenhove (PTP) meteen een crisisvergadering toen ze het nieuws vernamen.” Aan het woord is Margo Meeusen, ex-praeses van de studentenclub. “Samen met prof. dr. Braeckmans, de directeur van de Peda, werd er besloten om alle bewoners op de hoogte te stellen door een post op de facebookgroep van de club.” Prof. Braeckmans liet ook een brief bezorgen aan de inwoners met verdere informatie over de sluiting. De inkt op de brieven was nog maar net droog of de meeste Vlaamse nieuwssites kopten al dat het studentenhome brandonveilig was verklaard. Ook Facebook liet zich niet onbetuigd: ontredderde kreten, profielfoto's in de grijs-gele PTP-kleuren en de hashtag #jesuispeda, ze passeerden allemaal de revue.

 

Met de examens voor de deur kwam het nieuws bij veel bewoners extra hard aan. Waarom werden ze niet vroeger ingelicht? “Omdat de brandweer de universiteit nog maar pas heeft laten weten dat er dan toch geen afwijking op de brandvoorschriften zal worden toegestaan”, legt Anaïs Walraven uit, voorzitster van de Studentenraad. “Het studentenhome op de Stadscampus dateert van begin jaren 70 en is ondertussen dus meer dan 40 jaar oud. Het gebouw werd destijds door UFSIA opgericht volgens de toen geldende normen, zowel qua brandveiligheid als wat duurzaamheid en comfort betreft. Het hoeft geen betoog dat die normen intussen achterhaald zijn. Zo heeft het hele gebouw bijvoorbeeld nog enkel glas. In de jaren 60 en 70 was dat nog geen issue, want de energiekosten lagen laag en dubbele beglazing was niet goedkoop. Intussen zijn de stookkosten bij harde winters bijna onbetaalbaar geworden voor de universiteit.”

 

We zijn de dialoog aangegaan met de stad Antwerpen,
maar die liep niet altijd van een leien dakje.

 

Toch zijn het vooral de verstrengde brandpreventienormen die ertoe geleid hebben dat het gebouw nu wordt gesloten. In 2011 voerde de stad immers strengere regels in die brand in studentenkoten moesten voorkomen. Elk kot moest voortaan van een rookmelder worden voorzien, er moesten brandwerende deuren, veiligheidssassen en nieuwe vluchtwegen komen, ... Afwijkingen op deze normen blijven mogelijk volgens het reglement als “aangetoond wordt dat tenminste een gelijkwaardig veiligheidsniveau gehaald wordt” en als de brandweer akkoord gaat met de voorgestelde alternatieven. De universiteit nam daarop alvast het initiatief om per kamer een brandmelder te voorzien en extra trapleuningen te installeren. De Studentenraad van haar kant organiseerde sindsdien een bevraging onder de bewoners – zoals aan het begin van het semester nog gebeurde – om te weten te komen welke aanpassingen zij als prioritair beschouwen.

 

een lang en moeilijk dossier

“We zijn toen ook de dialoog aangegaan met de stad Antwerpen”, zegt prof. dr. Bart Heijnen, “maar die liep niet altijd van een leien dakje.” Als algemeen beheerder van de universiteit is hij nauw betrokken bij het dossier. “De stad raadde ons aan om een afwijkingsdossier in te dienen. Toen in 2014 een brandweerinspecteur bij een controlebezoek vaststelde dat het gebouw nog niet aan de nieuwe normen voldeed, stelde hij een geldboete en een verplichte sluiting in het vooruitzicht.”

 

“Er wordt al enkele jaren bekeken of er een grootschalige renovatie gerealiseerd kan worden”, vult Anaïs aan. “We waren er echter nog niet uit welke mogelijkheden de beste zouden zijn. Het zou een zeer grote kost betekenen – ook de Studentenraad begreep dat zo'n enorme fondsverschuiving tijd nodig heeft. We waren dan ook zeer blij toen (toenmalig) kandidaat-rector Van Goethem onze zorgen ter harte nam en de peda opnam in zijn beleidsvoorstel. Bovendien mag je niet vergeten dat ook minder kapitaalkrachtige studenten in de peda terecht kunnen, tegen lagere huurprijzen dan op de privémarkt, waardoor een langdurige sluiting negatief voor hen kan uitdraaien. Daarom werd er in eerste instantie gekeken naar een gefaseerde aanpak waarbij een deel van de peda open kon blijven.”

 

Heijnen vervolgt: “Na het controlebezoek adviseerde de stad ons om toch verder te gaan met het opstellen van ons afwijkingsdossier, gelet op de structuur van het gebouw. Om helemaal in regel te zijn zouden er namelijk grondige verbouwingen moeten gebeuren. In de nieuwe regelgeving zijn brandladders aan de buitenkant van het gebouw immers niet voldoende, maar moeten er interne brandtrappen komen. Daarvoor zouden we op elke verdieping verschillende koten moeten afbreken om een nieuwe traphal te bouwen, waarbij we dus de structuur van het gebouw moeten aanpassen. Ook moeten er sasdeuren komen om de bestaande traphal te scheiden van de gang en de liften.”

 

Het moest er ooit wel van komen.

 

“In 2015 kregen we bezoek van een controleur die het gebouw opnieuw afkeurde, waarop de universiteit besloot om een gespecialiseerd bureau aan te stellen dat bestudeert hoe aan de veiligheidsvoorschriften kan voldaan worden. Na een technische studie in overleg met de interne diensten concludeerde ze dat een grondige renovatie noodzakelijk was. Deze maand volgde dan een vergadering met de brandweer en de stad waarop we het afwijkingsdossier voorstelden. Er kwam een overgangsperiode van vijf jaar op tafel, waarin we de nodige aanpassingen zouden kunnen realiseren. Hoewel de stadsdiensten in eerste instantie positief stonden tegenover het plan dat op tafel lag, kregen we nadien te horen dat na intern overleg met de brandweer er toch geen afwijking zou goedgekeurd worden. Het was met andere woorden slechts wachten op een formeel bevelschrift tot sluiting. Geconfronteerd met die situatie besloten we in overleg met het departement Sociale, Culturele en Studentgerichte Diensten (SCS) om na het aflopen van de huidige huurcontracten in september 2016 de peda te sluiten.”

 

 

Dat er iets schort aan de brandveiligheid valt niet meteen op volgens Margo: “De matras, deur en gordijnen zijn brandveilig en er wordt gehamerd op het belang van brandpreventie tijdens de brandoefeningen. Bovendien is de peda ook qua inbraak veel veiliger dan andere koten.” Nochtans werden de pedabewoners enkele jaren terug opgeschrikt door een zwaar misdrijf, de choquerende verkrachtingsscène in de eerste aflevering van de politieserie T. die in het gebouw werd gefilmd.
Toch komt het nieuws niet geheel onverwacht: “Evacuatie is natuurlijk veel gevaarlijker via de brandladders, de deuren sluiten slecht en soms zitten we zonder warm water. Bovendien reiken de ladderwagens van de brandweer slechts tot de zesde verdieping. Ach, het moest er ooit wel van komen. Heb ik al gezegd dat de liften soms niet werken? PTP moest ooit bakken bier negen verdiepen naar beneden sleuren, toen op de dag van hun quiz beide liften uitvielen. We keken dan ook uit naar de renovatie die op tafel lag.”

 

Wat nu?

“Er blijft geen andere optie over dan tot de voorlopige sluiting van het studentenhome over te gaan met ingang van 16 september 2016, dit is aansluitend op het einde van de lopende huurovereenkomsten. De studenten kunnen dus tot na de tweede zittijd blijven. Op het Bestuurscollege van dinsdag 31 mei 2016 zal de voorlopige sluiting ter beslissing worden voorgelegd. Uiteindelijk hebben we gekozen voor de veiligheid van onze studenten”, verzucht Anaïs. De aanwezige labo’s, de stille ruimte en de parking blijven wel open, en ook het studentenrestaurant Komida kan haar activiteiten verderzetten.

 

 “Studies zullen moeten uitmaken of de universiteit de nodige vergunningen krijgt voor de renovatie van het studentenhome en of het financieel haalbaar is. De bouwkundige studies, nodige bouwaanvragen, aanbestedingen, planning en uitvoering van een eventuele renovatie zullen deel uitmaken van een moeilijk en lijvig dossier”, geeft Heijnen aan. “Schriftelijk communiceert de stad altijd wel consequent met ons, maar de mondelinge contacten verliepen steeds met andere personen en het lijkt wel alsof die er allemaal een andere mening op nahouden. En de Stedenbouwkundige Dienst van de stad is niet opgezet met de wolkenkrabber in het midden van de stad die veel hoger is dan de omringende gebouwen. We vragen ons dus af of de vergunningen en bouwaanvragen die we willen indienen nog wel goedgekeurd zullen worden.” Het lot van de befaamde tapis-plain die, doordrenkt van gemorst bier, thesistraantjes en jeugdidealen, bijna archeologisch erfgoed is, blijft dus hoogst onzeker.

 

overgangsmaatregelen

Intussen is het departement Sociale, Culturele en Studentgerichte Diensten in sneltempo op zoek gegaan naar alternatieven om de huidige bewoners en nieuwe inschrijvingen op te vangen. De alternatieven die momenteel voorliggen zijn de volgende:

 

1) Huursubsidies

De universiteit is momenteel aan het onderhandelen met verscheidene eigenaars van studentenkamers om gereduceerde prijzen te bekomen voor onze studenten in bepaalde panden. Dit biedt goede mogelijkheden om voor die studenten die het financieel moeilijker hebben betaalbare oplossingen te vinden. Het hoeft geen betoog dat in deze gevallen de Universiteit de betrokken eigenaars zal dienen te vergoeden door bv. leegstandgarantie en beheervergoeding. Men kan dit huursubsidie noemen.

 

Voor deze kamers (de exacte adressen zullen nog bekend gemaakt worden) dien je een aanvraag in de dienen bij de sociale dienst van de universiteit. Toekenning gebeurt volgens de criteria die ook op de andere campussen gehanteerd worden:

  • inkomen / studietoelagen
  • eventuele sociale indicaties (handicap, moeilijke thuissituatie)
  • afstand woonplaats - universiteit en gemak van de verbinding

Bij wijze van overgangsregeling zullen de reglementair ingeschreven studenten van de Universiteit Antwerpen die in het academiejaar 2015-2016 een kamer in het studentenhome “Ten Prinsenhove” toegewezen hadden gekregen, indien zij dit wensen, voor academiejaar 2016-2017 prioritair behandeld worden voor toewijzing van een kamer in het in punt 1 vermelde segment, onder de voorwaarden geldend voor het betreffende pand. In de aanvraag kan je melden of je graag samen met andere medestudenten in hetzelfde pand een kamer wil. Waarschijnlijk zal dit in groepjes van vier personen kunnen. In de mate van het mogelijke wordt hier rekening mee gehouden bij de toewijzing.

 

2) Studentkotweb

Door de universiteiten en hogescholen in samenwerking met de Stad Antwerpen is in de loop van de voorbije jaren een gecontroleerd huisvestingsbestand opgesteld van meer dan 6.000 kamers. Deze worden door stadsdiensten gecontroleerd op alle wettelijke criteria, brandveiligheid, ... Op www.studentkotweb.be vind je kamers van alle prijscategorieën.

 

3) Financiële tussenkomst

Tevens wordt er op gewezen dat studenten die om gelijk welke reden het financieel moeilijk hebben steeds beroep kunnen doen op financiële tussenkomst van de sociale dienst, vanzelfsprekend op basis van een globaal financieel dossier (huisvestingskost is daar een onderdeel van). De aanvragen voor het academiejaar 2016-2017 kunnen vanaf september ingediend worden bij de sociale dienst.

 

requiem voor een studentenhome: PTP till the end?

Zal PTP blijven bestaan als de peda gesloten wordt of ondergaat ze hetzelfde lot dat vijf jaar geleden het ter ziele gegane Campinaria te beurt viel? Margo blijft er optimistisch onder: “Waarschijnlijk zal het praesidium zich verspreiden over de verschillende alternatieve gebouwen. Op die manier kunnen we proberen om de levendige pedagemeenschap nog wat bij elkaar te houden. Het eerste jaar zal niet het moeilijkste zijn, aangezien iedereen elkaar nog kent, maar daarna studeren steeds meer mensen af en dan wordt het moeilijker. Gelukkig komt meer dan 50% van de PTP-leden van buiten de peda. Feestjes en cantussen zullen dus nog wel volk lokken, maar eerstejaarsstudenten en schachten rekruteren zal waarschijnlijk moeilijker worden zonder centraal gebouw. De unieke sociale mix en het gemeenschapsleven zullen wegvallen. En het uitzicht, dat is natuurlijk niet te evenaren ...”