In stijgende lijn

Een interview met Codasync
06/03/2010

Als u nog nooit van Codasync gehoord hebt, bent u lang niet de enige. Dit Antwerps viertal maakt al enkele jaren eigenzinnige muziek waar moeilijk een genre op geplakt kan worden, maar die keer op keer het publiek van zijn sokken blaast. Nu ze hun nieuwe cd, ‘In Galoré’, officieel hebben voorgesteld in Scheld'apen, Trix en de Kinky Star in Gent, kon dwars zelf vragen wat ze eigenlijk spelen.

Bram Van Houtte (gitaar) Iedereen vindt dat we iets anders spelen.

Matthias Meersmans (drums) Er zijn mensen die onze muziek psychedelische metal noemen en er zijn er die het loeiharde jazz noemen, maar volgens mij is het geen van beide. We luisteren alle vier naar zeer verschillende dingen, zowel naar metal als naar hiphop als naar jazz: moderne dingen, oude dingen en alles daar tussenin. Muziek is muziek en een genre heb je alleen nodig om in de industrie iets marketable te maken. Op die manier kan je het spelletje natuurlijk volgens de regels spelen, maar dat is te gemakkelijk. Muzikanten hebben daar nooit waarde aan gehecht en een genre zal ook nooit echt iets betekenen. Nee, ik zou het niet weten. Als mensen er naar vragen zeg ik altijd gewoon ‘goeie muziek’.

 

De structuren van jullie nummers zijn complexer dan die van de gemiddelde band. Hoe komen die tot stand?

Matthias Eigenlijk zijn onze nummers qua structuur zeer simpel, we hanteren bijna altijd een strofe-refrein-strofe structuur. Het is nooit de bedoeling om echt een speciale structuur te creëren, maar als je geen zanger hebt, moet je de muziek op een andere manier interessant maken. Het moet in de eerste plaats goed klinken. Maar we willen wel per nummer een verhaal vertellen, en of dat nu hard of zacht is, lang of kort, simpel of complex, dat maakt niet uit. Ik probeer er ook niet te veel over na te denken, want dan maak je het toch maar kapot. Soms beginnen we gewoon te jammen en nemen we dat op. Dan is er heel veel brol bij, met een paar stukken die echt geweldig zijn, die op een speciale manier samenkomen. Dan vertrek je van iets dat intuïtief en instinctief ontstaan is en moet je er daarna natuurlijk wel over nadenken om er een nummer van te maken.

Jonas ‘Jokke’ Meersmans (gitaar) Maar meestal schrijft iemand een basis van waaruit we vertrekken en waar we op kunnen bouwen.

Matthias De ene keer ontstaan stukken van songs uit jams, andere keren vertrekken we vanuit riffs en arrangementen en werken we verder op elkaars ideeën. Soms lijkt een nummer dan erg op de eerste demoversie, soms gaat het volledig de andere kant uit. De methode verschilt dus heel hard van nummer tot nummer. We hebben geen vaste formule, wat het ook wel leuk houdt.

 

Is deze cd beter dan ‘Mows Arred’, jullie debuutalbum?

Matthias ‘In Galoré’ is honderd keer beter. (lacht)

Jokke ‘Mows Arred’ was zeer goed voor wat het toen was, deze cd is nu de beste. De derde zal ook de beste zijn, maar je kan niet zeggen dat één van de cd’s beter is dan een andere. Er zit wel een stijgende lijn in.

Matthias We zijn aan de eerste cd begonnen toen we nog geen jaar bezig waren. Die cd is volledig in ons repetitiekot opgenomen, omdat we iets wilden maken dat klonk zoals wij daar klonken. Maar dan beter.

Jokke En we hadden niet echt een andere mogelijkheid.

Matthias Niemand kende ons en er waren geen producers of managers die stonden te springen om ons te helpen, maar er was ook niemand die voor ons zou bepalen of we al dan niet een cd zouden kunnen maken, laat staan waar of hoe. Dat was een heel fijne ervaring. Er zijn veel dingen die we nu anders zouden doen, maar we waren er toen heel tevreden mee en ik vind het nog steeds een goede cd. Het was wat we op dat moment moesten doen. ‘In Galoré’ is ambitieuzer qua structuur, qua sound en qua arrangement. Er gebeurt nog meer, het klinkt beter, de productie is beter. Eigenlijk was het er zelfs compleet over.

Bruno Morez (bass) We probeerden gewoon en keken achteraf wat er werkte. Natuurlijk zaten we dan met veel te veel materiaal.

Bram We hebben uiteindelijk meer dan honderd sporen gebruikt, plus de blazers. Maar omdat we geen blazerstrio kennen dat op elkaar ingespeeld is en niet goed wisten welke blazer wat moest spelen, hebben ze alle drie alles gespeeld. Ik vind het bangelijk wat je uit zo’n proces allemaal leert. De eerste cd was zeer rock-‘n-roll en nu hadden we ineens een teveel aan mogelijkheden. En uit werken met te weinig en met te veel middelen, kan je veel leren.

 

Is deze cd toegankelijker dan de eerste?

Bruno Het klinkt alleszins veel beluisterbaarder qua stijl; de eerste was echt kurkdroog en vrij moeilijk qua geluid en productie.

Matthias De vorige keer hebben we onze cd naar een label gestuurd en ze vonden het goed, maar konden er niets mee doen. Het is niet toegankelijk, het is instrumentaal, dus het kan al niet op de radio gedraaid worden, enzovoort. Ze wilden wel dat we onze volgende cd zouden opsturen, en ik ga dat wel doen, maar (haalt schouders op) je moet er realistisch in blijven. Platenlabels zijn nog net niet uitgestorven. Ik geef ze nog vijf jaar. Dat is ook een beetje een probleem, dat we nu in een overgangsperiode zitten. Over tien jaar zal alles heel anders werken dan het ooit al gewerkt heeft, en dat zal niet meer met labels zijn, dat is voorbij. Er is nu niemand die echt weet hoe ze het gaan doen. Je blijft gewoon zo veel mogelijk met muziek bezig, dat drijft je. Je kan liggen wenen over de digitalisering van de muziekindustrie, maar dat is nu eenmaal zo, so get used to it. Het enige jammere vind ik dat de geluidskwaliteit er vaak onder lijdt. Op Myspace moeten we onze nummers croppen en dat klinkt dan zo slecht. Daarom streamen we de nummers op onze site in een zo hoog mogelijke kwaliteit.

Bram Het is gewoon erg dat sommige groepen hun Myspace als enige site hebben.

Matthias Muziek is geluid en goeie muziek klinkt natuurlijk op alles goed: je kan naar The Beatles luisteren op één of andere slechte mp3 en dan is dat nog bangelijk, maar geluidskwaliteit is wel belangrijk en daar zou meer aandacht aan besteed mogen worden. En dan heb ik het niet over gewoon luider maken en compresseren, zoals iedereen momenteel doet.

 

Hoe reageert het publiek op jullie optredens?

Matthias De meeste mensen zijn heel positief; we krijgen zelden te horen dat iemand het echt slecht vond. Er zijn er wel die het niet goed vinden qua muziek, maar die zeggen er altijd bij dat ze het wel goed gedaan vinden. We krijgen nooit een “bwa, ja, ça va” reactie, en dat is het belangrijkste. Liever super of barslecht. Het ergste wat iemand tegen je kan zeggen is dat je muziek helemaal geen impact op hem heeft. Binnen de muziekwereld zelf, dus muzikanten en producers, is iedereen wel heel lovend. Dat is altijd een leuk schouderklopje, maar uiteindelijk maakt dat geen verschil. We krijgen wel erkenning, maar dat is niets meer dan complimentjes en dat went snel.

 

Nog grootse plannen in het vooruitzicht?

Jokke We willen op tournee naar het buitenland...

Matthias Met het geweldige True Champions Ride on Speed

Jokke ... die intentie is er zeker en vast, maar er komt veel bij kijken. Je moet er in de eerste plaats voor zorgen dat je niet met schulden thuiskomt, maar sowieso is het moeilijk als je het allemaal zelf moet doen.

Matthias Een jaar geleden hadden we dat zeker niet gedaan, omdat we vonden dat we er toen nog niet klaar voor waren. Nu is de mogelijkheid er al, maar we willen er het allerbeste uit halen. Onze optredens zijn nu goed, maar het kan altijd nog beter.

 

Recensie ‘In Galoré’

De hoes van ‘In Galoré’, geïllustreerd door Jangojim (zie ook p. 31), geeft al een voorproefje van wat je te horen zal krijgen: een kluwen van instrumentale details, verweven tot een groter, muzikaal geheel. Hoewel er slechts zes nummers op staan, is het samen toch ruim veertig minuten muziek, en wat voor muziek! Toegegeven, opener ‘Substituent Hump’, dat het meest doet denken aan hun oudere werk, slaagt er zelden in om over te komen als meer dan een proevertje, dat opbouwt naar iets zonder het echt te bereiken. Gelukkig volgt daarop het heerlijke ‘Centipede Jackomino’, net als ‘Substituent Hump’ online te beluisteren, trouwens. Als was het een instrumentale James Bond-film, gidst het nummer je van de coole openingsriffs, naar een duisterder, lager midden (waar de slechterik wordt voorgesteld en Bond op zijn donder krijgt, neem ik aan) tot de explosieve climax die je een beetje verdwaasd glimlachend achterlaat. Er een videosingle van maken, wat binnenkort zal gebeuren, wordt geen simpele opdracht. ‘Lucadanun’ begint met een welkom rustpunt in de vorm van een kalme intro, om na anderhalve minuut uit te barsten en je verwachtingen in het stof achter zich te laten. ‘Sideways Sunrays’ is dan weer een twaalf minuten durend evocatie van eighties of nineties televisieseries (iets twintigste eeuws, alleszins), wat een dromerig geheel oplevert, dat verrassend goed werkt. ‘Wokkin’ With Dinah’s Sours’ begint dan weer onmiddellijk met een opbouw die je naar het puntje van je stoel haalt, wat de perfecte plaats is voor ‘Random Pomp Galore’, de afsluiter en het derde nummer dat je online kan beluisteren. Hier wordt alles uit de kast gehaald, met haar breed gebruikte drums, gitaren die laveren tussen rauw en melodieus, en een finale met blazers die je zeer bevredigd achterlaat. Een aanrader!