De Roma, ontwakend uit een diepe coma

18/03/2007
Bron/externe fotograaf
Koen Broos
🖋: 

Volgepakte Lijn-bussen denderen over de Turnhoutsebaan richting stadsrand. Ze rijden weg van ‘t Scheld, weg van de veelvuldige werkzaamheden, richting rustigere oorden. Vlak voor een knik in deze aloude heirbaan ligt ‘De Roma’, een adembenemende zaal waar film, theater en muziek zich een weg naar de buitenwereld banen. Een zaal met een turbulente voorgeschiedenis bovendien: van ‘vous m’avez tous vu’ over ruige rocktempel tot verval. En wederopstanding: sinds winter 2002 slagen uit idealisme en volharding opgetrokken vrijwilligers immers in het onmogelijke. Van een schandvlek in het Borgerhoutse culturele leven evolueerde De Roma tot een ‘polyvalente zaal’ met een missie.

1928. Van auto’s die rijden op kunstmeststof of Windows Vista is nog geen sprake, maar de opening van ‘Kinema Roma’ is wel reeds een feit. Als onderdeel van het gigantische imperium van filmmagnaat Georges Heylen vormt De Roma met zijn tweeduizend zitjes de grootste kinemazaal in de buitenwijken van het Hollywood aan de Schelde. De Roma, samen met zaal Rex de lievelingszaal van Baron Heylen, is een pleisterplaats voor de beau monde: netjes uitgedost en strak in het pak neemt de Antwerpse bourgeoisie plaats op het zelfdragende balkon – een waar architecturaal hoogstandje. Het rumoerige plebs vecht aan hun voeten om een plaats op de begane grond, terwijl dromerige filmbeelden als een levend tapijt over hun hoofden heen op het witte doek geprojecteerd worden.

 

Iggy Pop

Omwille van de grootte van de cinemazaal en de harde wetten van het kapitalisme, dient De Roma vanaf de jaren ’40 steeds meer variétévoorstellingen te organiseren. De plaatselijke harmonie, muziekkapellen of zelfs Mireille Mathieu: allen zijn graag geziene gasten. Ook Sophia Loren, Roger Moore en Claudia Cardinale – Wat een naam! Wat een vrouw! – laten zich het sprookjesachtige decor welgevallen. Terwijl het bioscoopbezoek achteruitgaat, weet Baron Heylen de neerwaartse spiraal te camoufleren door zijn enorme imperium aan cinemazalen. Dat de omvang van De Roma een troef kan zijn, wordt in de jaren ’70 volop uitgespeeld. De Roma transformeert van cinemapaleis tot dé Antwerpse rocktempel bij uitstek. Sterren als Lou Reed en Iggy Pop stelen de show. Iron Maiden en Queen staan erbij en kijken ernaar. Paul McCartney kwijnt al sippend aan een dubbele whiskey weg in de foyer. Evengoed wordt de dag na zulke memorabele concerten een brave matinee met Gaston en Leo georganiseerd. Toch gaat het niet goed met De Roma: in 1982 ziet zij zich dan ook genoodzaakt de deuren te sluiten. Het Technisch Instituut Borgerhout weet de prachtige infrastructuur op de kop te tikken en start met een megalomaan project: in plaats van de zaal te renoveren en haar studenten op die manier de kneepjes van het vak bij te brengen, vangen er werken aan die van de zaal een atelier voor vliegtuigbouw moeten maken. Donkere wolken pakken zich echter samen boven het Technisch Instituut van Borgerhout – met (rock)goden valt nu eenmaal niet te sollen – en de school houdt even later op te bestaan.

 

Het Havana-Syndroom

De problemen voor De Roma zijn dan echter nog niet voorbij. De zaal staat leeg; lekken, vocht en ongedierte doen hun werk; wormpjes krioelen kwistig in het vermolmde hout. Ene Maurice Debusser koopt het pand op, vastbesloten om er een garage van te maken, want ‘la voiture, c’est le futur, c’est maintenant!’. Hij trekt zich echter niet al te veel van de zaal aan. Wanneer eind jaren negentig enkele theatergezelschappen starten met het organiseren van voorstellingen in de kille ruïne, wordt de wederopstanding van cinema Roma – onbewust – op gang getrokken. Een van de aandachtige toeschouwers is Paul Schyvens, oprichter van Rataplan. Zoals de legende verhaalt, nagelt hij op het einde van een voorstelling, net als Maarten Luther eeuwen voor hem, een groot blad op het krakkemikkige podium met daarop de vraag wie De Roma mee uit haar as wil doen herrijzen. De reactie uit de buurt is enorm. Vanaf winter 2002 beginnen een vijftigtal vrijwilligers en een aantal firma’s volledig belangeloos puin te ruimen. Zo’n driehonderd ton puin wordt uit de toegetakelde Roma naar buiten gedragen. Hoewel de zaal nog niet volledig klaar is, worden er reeds enkele maanden later een aantal voorstellingen gegeven. Vrijwilliger nummer een, De Vic – zo genoemd omdat hij zich als eerste kwam inschrijven; tevens vroeger kwajongen met cinema Roma als speelterrein – spreekt over het zogenaamde Havana-syndroom: “De Roma kunt ge eigenlijk vergelijken met Havana, werkelijk een prachtige stad. Maar ook daar ziet ge dat ze geleden heeft. Bij De Roma is dat niet anders. Ik beschouw het juist als de charme van De Roma dat ge kunt zien dat ze oud is, dat ze een moeilijke geschiedenis heeft gehad. En wanneer er dan iemand vraagt zo van “Seg, wanneer gaat dat hier is terug schoon bezet en geschilderd worden?”, dan vertel ik over het Havana-syndroom.”

 

Borgerhout, mon amour

Ondertussen liepen de contacten tussen vzw De Roma en eigenaar Maurice Debusser niet van een leien dakje. Beide partijen vonden elkaar uiteindelijk in een constructie genaamd ‘erfpacht’: vzw De Roma mag gedurende 27 jaar naar hartelust werken uitvoeren in de zaal, zonder enige kans dat Maurice hen uit het gebouw zet. In die 27 jaar huurt de vzw de infrastructuur jaarlijks voor een vaste prijs. Wat er gebeurt na deze erfpachttermijn, daar hebben u, ik en de vaste medewerkers van De Roma het gissen naar. De laatste fasen van de renovatiewerken zijn ondertussen al bijna een jaar achter de rug. Met een vrijwilligersbestand van om en bij de driehonderd leden, de hulp van een aantal technische scholen uit de buurt en sociale tewerkstellingsprojecten vanuit de Stad, is De Roma erin geslaagd om van een stortplaats terug uit te groeien tot brenger van cultuur voor een breed, gediversifieerd publiek. Wat de zaal anders maakt dan pakweg de Arenbergschouwburg of de AB, is dat zij de buurt nadrukkelijk betrekt bij haar programmatie en op die manier cultuur tracht te hanteren als een hefboom voor buurtontwikkeling. Zo werkt De Roma samen met een aantal bevoorrechte partners als jeugdwelzijnswerk, jeugdbewegingen, dienstencentra en rusthuizen, waarvoor speciale avonden dan wel namiddagen georganiseerd worden. Ook tracht de zaal de moslimgemeenschap in haar werking te betrekken door met de vzw MOUSSEM bepaalde concerten aan te bieden of eens een Iraanse avond in elkaar te boksen. Door organisaties met een bepaalde achterban uit de buurt te betrekken bij de programmatie van haar activiteiten, weet De Roma mensen te mobiliseren, en laat zij verschillende culturen onder één dak en in een magnifiek kader met elkaar in contact komen. Geen makkelijke opdracht, maar De Roma slaagt er wonderwel in. Ze krijgt nu stilaan ook financiële erkenning van de Vlaamse Gemeenschap en de stad Antwerpen, wat na de financiële kater van de renovatiewerken geen overbodige luxe is. Onderhandelingen met de Vlaamse overheden over de financiële situatie van de zaal – en bijgevolg haar toekomst – zijn volop bezig. Door de unieke positie die De Roma in het culturele landschap inneemt, glipt ze momenteel immers tussen de mazen van het subsidienet door. Artiesten laten evenwel graag hun genegenheid voor De Roma blijken door enkele benefietconcerten te geven.

 

Maar hoe komt het dan dat De Roma toch tegen relatief lage prijzen lekkere brokjes cultuur aan een breed publiek kan aanbieden? “Dat is het werk van onze vrijwilligers,” stelt Rob Gielen, verantwoordelijke pers en communicatie. “Hoewel we slechts een klein budget hebben, kan men in het geval van De Roma spreken van een enorm kapitaal aan vrijwilligers. Zij leiden het verloop van de voorstellingen in goede banen door de zaal klaar te zetten, pintjes te tappen en aan de inkom te staan. Of eten te serveren aan de artiesten, die dan blij zijn dat ze geen voorverpakte lasagna hoeven te eten. Dat typeert De Roma. Wij zijn geen voorverpakte lasagna, maar toch weten wij een publiek te bereiken dat anders misschien niet met cultuur in aanraking zou komen. En de wijze waarop we daar toch in slagen, daar ben ik het meest trots op.”