Street art is van A

Maar is street art dan nog kunst?
27/10/2011

Een rijzige man met overjas, pofbroek en wandelstok staart ons aan op het metroperron. Een krab heeft zijn hoofd vervangen. Een half uur nadien kijkt diezelfde krabman toe wanneer we de straat oversteken, en nog later ziet hij ons een fantastisch nieuw poetsmiddel kopen op de markt. Conclusie: ergens in Antwerpen loopt er iemand rond die bij wijze van tijdverdrijf het figuur Dandy Crab op muren plakt, en wij vinden dat fantastisch.

Onlangs echter fulmineerde Kristien Hemmerechts in Humo tegen graffiti. Ze vindt dat niet mooi, niet interessant, zij wordt daar let-ter-lijk ziek van. Nochtans zijn er tegenwoordig ook graffitikunstenaars die door onze stad naar Antwerpen gehaald worden om een muur te ‘bekladden’. Voor Kristien is graffiti misschien van “hetzelfde niveau als een hond die zijn poot opheft”, volgens schepen van Cultuur Philip Heylen kan graffiti zeker een meerwaarde geven aan het straatbeeld: “Als je in de zestiende eeuw een poll had gedaan rond de kunst van Rubens hier in de straten, dan was daar misschien uit gebleken dat zijn kunst net hetzelfde effect had als street art. Het doet ogen opengaan.”

 

We moeten Hemmerechts dus teleurstellen. Niet alleen Heylen vindt graffiti kunst, ook kunstwetenschapper Simon Goyvaerts stemt in. “Als men tegenwoordig grafische vormgeving uitroept tot de zevende vorm van kunst en strips als de negende, dan kun je niet om graffiti heen. Er zit vaak ook meer kunnen in dan wat photoshoppen. Je ziet meer en meer kunstverwijzingen, zoals het stuk van Banksy met de rode ballon: een verwijzing naar ‘Le Ballon Rouge’, de film van Albert Lamorisse.”

 

Ook street artist Rose Woods gaat, logischerwijze misschien, akkoord: “De naam street ‘art’ impliceert al kunst. Ik bestempel misschien niet alle graffiti als street art. Een simpele tag is eerder een manier van profilering.” Als je in de buurt van de kunsthumaniora rondwandelt, lijkt het ook meer op een territoriumstrijd van puberende alfamannetjes. En dan willen we je deze ook niet onthouden: op onze vraag of graffiti kunst is, antwoordt een anonieme graffitikunstenaar kortweg: “Misschien, maar ieders motivatie primeert.” We verkrijgen dit antwoord trouwens nadat we onze vragen, rond een chocoladereep gewikkeld, op het Muntplein dumpten met ons e-mailadres erbij, en we kunnen het niet laten ons toch een beetje underground te voelen.

 

Graffiti om de graffiti

Op de Plantin en Moretuslei hebben twee jonge straatbeeldkunstenaars – schrijf dàt op uw visitekaartje – de spoorwegbrug op legitieme wijze in een graffiti-jasje gestoken. Ze heten Eva Cardon en Thijs Kelder. Die laatste komt uit Rotterdam en hoewel het ongetwijfeld een opwaardering is van een anders saaie en lelijke brug, moeten we ons toch afvragen waarom er per se een Nederlander naar hier gehaald moest worden om tegen betaling een brug te bespuiten. Gebeurt dat niet sowieso, dat bespuiten, en gratis? En is legale graffiti geen contradictio in terminis?

 

Het graffiti spuiten gebeurt inderdaad sowieso. Maar dat heet dan vandalisme. De Stad Antwerpen wil misschien heel graag hip overkomen en aan jongeren appelleren met torenhoge murals, ze kan ook haar eigen wetten niet negeren. “In Antwerpen zie je te vaak graffiti op bruggen van spoorwegen, rolluiken, gevels enzovoort. Graffiti op hoog niveau kan zeker een meerwaarde zijn, maar graffiti om de graffiti is vandalisme. Het heeft totaal het tegenovergestelde effect”, zegt Schepen Heylen.

 

Kunsteducatief medewerker van het M HKA Dorine De Vos wil dat tegenspreken: “Legitieme graffiti, bijvoorbeeld het stuk aan het Asiadok van Steve Locatelli, neemt een deel van de mystiek weg. Als het stadsbestuur over het ontwerp moet stemmen en een locatie aanduidt, is er weinig of geen spontaniteit of verrassingseffect, en daar gaat het toch voor een groot deel over.” Wat volgens De Vos ook zo aantrekkelijk is aan illegale graffiti, is het feit dat er iets doorgeseind wordt voor onze neus, iets onbegrijpelijks. Dat geeft ook Heylen grif toe: “Of ze een boodschap vertellen? Ik ben overtuigd van wel, en vaak is die op maat van jonge locals, die wij niet noodzakelijk begrijpen." Graffiti is de graancirkel van de binnenstad.

 

Nog zo’n vorm van vandalisme – en dat mag u vooral niet vergeten – is de street art van Rose Woods. Soms ziet u een stoplicht in de vorm van een hartje, of een straatbordje dat u verbiedt te paaldansen. Dat heet het vernietigen van openbaar eigendom, en dat mag niet, hoewel het menig hart opwarmt in de ochtendspits. De Stad Antwerpen heeft nochtans ook zelf een aantal street art projecten gesubsidieerd. “‘Kalender’ van Benjamin Verdonck maakte duidelijk dat Antwerpen een stad is waar veel kan. Iedereen reageerde anders op Verdoncks werken, maar ze vormden wel onderwerp van discussie”, aldus Heylen. Rose Woods protesteert een weinig. “Ik ben als actor niet gebonden aan regels en wetgeving en hoef me dus geen zorgen te maken dat m’n werk gecensureerd wordt door een instelling van bovenaf”, reageert de street artist. “Je moet net zelf die illegale drempel overwinnen om met je idee naar buiten te komen, waardoor het geloofwaardiger, onvoorwaardelijk en echt vanuit het hart komt.” Men kan Benjamin Verdonck onmogelijk beschuldigen van onecht te zijn of dat zijn werk niet uit het hart komt, maar het was op z'n minst ontnuchterend om z’n werk verzameld te zien in een enkele ruimte in het M HKA. De vroegere magie was op dat moment ver te zoeken.

 

De maatschappij als canvas

Volgens onze cryptische anonieme bron is graffiti “een medium, en de maatschappij faciliteert. In eerste instantie als canvas, dan als toeschouwer. Bij de ene draait het rond zijn eigen persoon, de andere is altruïst. Of de daden wél woorden zijn, moet de buitenstaander maar beoordelen.” Mooi gezegd, maar ietwat vaag. Rose Woods zegt het iets duidelijker: “Soms is de boodschap louter het feit dat je bestaat. Maar de street art die het meest gedeeld en wijd geapprecieerd wordt, is deze die een bepaald systeem of onrechtmatigheid tracht aan te kaarten – of dat nu het tekort aan speelpleinen in de buurt is dan wel een oorlog in Pakistan maakt weinig uit.”

 

Die maatschappijkritiek vinden we ook terug bij de wereldberoemde graffitikunstenaar Banksy. Zijn sjablonen tonen ons agenten met rattenhoofden en terroristen die met bloemen gooien. Op de muur die Israëli's van Palestijnen scheidt, schilderde hij een poort naar een paradijselijk landschap. Net als Verdonck is hij zeer aanwezig met zijn nieuwe werken en zeer aanwezig in de media. Net als Verdonck brengt hij boeken uit met zijn verzameld werk, exposeert hij in musea, verkoopt hij werken. In tegenstelling tot de Antwerpse street artist blijft Banksy wel anoniem en dat lijkt nog steeds de mystiek te bewaren, hoewel zijn ego groter lijkt en hij publiek goed is geworden, wat we van Verdonck niet bepaald kunnen zeggen.

 

Rose Woods zegt dat anonimiteit meestal net de kracht van street art is. “Het laat ruimte voor interpretatie. Het is niet altijd belangrijk wie achter de acties zit, maar wel dat het gebeurt.” Voor hem is de anonimiteit juist heel dankbaar om een stem te vormen voor de stemlozen.

 

Dus misschien is het minder de illegaliteit die ervoor zorgt dat we zo bewonderend en gefascineerd naar Dandy Crab en z’n minder antropomorfe verwanten staren. Het is de complete afstand die bestaat tussen de brave burger en de hoodiedragers met hun spuitbussen. Laat ons eerlijk zijn, het Muntplein, waar graffiti legaal is, is een van de mooiste openbare kunstwerken in België, ook omdat het enige gezicht dat we zien het gezicht van het kunstwerk is. De brullende letters en gigantische hoofden die uit de muur proberen breken, geven nieuw leven aan de fletse en doodse gebouwen die een afwezige bureaucraat neerpootte. Het is een teken dat de stad leeft, en dat dat leven ook voortgaat zonder regeltjes.