A Southern-States Festival

brief uit de VS
01/05/2002
🖋: 
Auteur extern
Jacques Tempère

Hoi.

De voorbije week was enigszins gekruid. Het begon nochtans heel mild met een Thanksgiving diner. Vervolgens werd het wat spicy-er toen ik bij de nieuwe Indische postdoc op bezoek ging, maar zelfs dat kon me niet voorbereiden op wat komen zou: een Southern-States festival. Het is algemeen geweten dat de zuidelijke staten, die amper 150 jaar geleden in de burgeroorlog vruchteloos probeerden af te scheuren van de rest van de VS, het beste voedsel hebben dat niet uit het buitenland wordt geïmporteerd. Dus ik er naartoe.

 

Daar aangekomen werd mij een onmetelijke eer toebedeeld: ik mocht mijn mening geven als jurylid in een wedstrijd. Ik hoopte natuurlijk vurig dat het om een Miss South verkiezing zou gaan en begon al plannen te smeden over hoe ik me zou laten omkopen door een ambitieuze ‘southern belle’...

 

Maar neen, het was een traditionele ‘hete saus’ wedstrijd en ik zou als een van de vele proevers moeten fungeren. Blijkbaar heeft elk zuiders festival zo’n wedstrijd, de ‘chili cook-off’. Ik was onmiddellijk bang, het recente pikant Indisch diner in gedachten, en excuseerde me omdat ik helemaal niet tegen hete sausen kan. Er werd mij echter verzekerd door de organisatie dat de sausen niet heet zouden zijn. Het is immers een ‘culinaire wedstrijd’ (ja, in de USA), en een goeie saus moet dus heel mild zijn. Om me nog verder te overtuigen, werd me gratis bier aangeboden.

 

De eerste saus die ik probeerde, ‘Lizzies Lip Shredder’ genaamd, werd door andere juryleden te flauw bevonden, met te veel ajuin, hoewel sommigen het heel ‘smooth’ vonden. Mijn commentaar: het is waarschijnlijk geschikt om plaatstaal te smelten. Gelukkig was er bier.

 

De tweede saus was ‘Fonzies Flaming Ass’. Volgens de juryleden had ze wel een leuke hint van jalapeno pepers, maar was ze toch eerder geschikt voor bonen dan voor vlees. Mijn persoonlijke mening was dat dit samen met kernafval in een bunker op de bodem van de oceaan hoort, maar ondertussen had ik reeds aan spraakvermogen ingeboet en kon slechts “hhhh hh hhh” zeggen.

 

De derde saus heette “Georgeen’s Gutbuster”. In het algemeen waren de andere juryleden heel tevreden, vooral over de shredded beef die in deze saus werd gebruikt en de kwaliteit van de tomaten. Het werd nu nog moeilijker om mijn opinie te verwoorden – ik kreeg een visioen van de Hitchhiker’s Guide waarin mijn darmen omhoog kruipen naar mijn hersenen om die in een daad van zelfverdediging te wurgen. Toch vermoed ik dat mijn algemene opinie goed werd weerspiegeld toen ik een boer liet in de richting van een bloembak en de planten erin spontaan ontvlamden.

 

De vierde saus werd gebracht door de winnaars van vorig jaar. Een van hun creaties werd op de markt gebracht onder de welluidende naam “Hot Pussy Juice”. (Vrienden van me kunnen getuigen dat een pepersaus met dergelijke naam inderdaad te verkrijgen is op de Amerikaanse markt, als ik me niet vergis hebben ze zelfs een flesje mee naar België.) Dit jaar zouden ze zichzelf overtroffen hebben, met hun creatie “Red Hot Flaming Death” (onderschrift “Die Piggy Die Die”).

 

Aangezien ik toen echter al blind was geworden aan mijn linkeroog, nog enkel het kloppend ruisen van m’n hart kon horen, en men een mes door mijn verschroeide stompje tong kon steken zonder dat ik het merkte, heb ik bedankt voor de moeite en deze culinaire veldtocht door de Hel gestaakt. Ach, hoe mijn hartje verlangt naar een bakske friet met totaal niet pikante mayonaise....

 

Jacques
(Indianenstammen in de regio
noemen me ‘Bloedende Tong’)

 

 

PS: Nonkel Jacques’ tip van de week (voor vrijgezellen): wilt ge ontbijt aan bed, slaapt dan in de keuken