Schimmel van stramme voeten wassen

Waarom 'Kaas' de "schoonste Vlaemsche" roman aller tijden is en blijft
04/04/2008
🖋: 

Naar aanleiding van haar 75-jarig bestaan vroeg het Letterenhuis de Antwerpenaars welke boeken de klassiekers van morgen zullen zijn. Welke Vlaamse reus zal over honderd jaar nog steeds de moeite waard zijn om er je pc voor aan de kant te zetten?

Grote kanshebber op dit moment is natuurlijk ‘Het verdriet van België’. Niets is beter om stemmen te winnen dan een goedgeplaatst overlijden en enkele jubelende in memoria. Over de doden niets dan goeds – Claus is een waardige kandidaat – maar op nummer één mag geen andere naam prijken dan die van Alfons De Ridder aka Elsschot. Nu ik toch bezig ben, zal ik ook vermelden dat het winnende boek de novelle ‘Kaas’ moet zijn. Voor de dwarskoppen die per se een eigen mening moeten hebben, keur ik ‘Het dwaallicht’ ook goed. Met minder ben ik niet tevreden.

 

Waarom verdient Elsschot het om dé Vlaamse reus genoemd te worden? Elsschots verhalen lijken op het eerste gezicht zeer eenvoudig. 'Kaas', een novelle uit 1933, is het relaas van een simpele kantoorklerk, Laarmans, die de kans krijgt om handelaar te worden in volvette Edammers. Zelf is Laarmans niet echt een liefhebber van kaas – kaas stinkt – maar zoals iedereen droomt hij van een beter leven. Al snel verliest hij zich in zijn kaasfantasieën en houdt hij zich meer bezig met het inrichten van zijn bureau dan met het aan de man brengen van zijn waar. En zoals al te voorspellen was aan het begin van de roman, zit Laarmans enkele maanden na zijn kaasavontuur terug achter de typemachine in zijn oude kantoor.

 

'Het eiland' avant la lettre

Elsschot meldt het zelf in de inleiding van het boek: het is de stijl die de ene auteur onderscheidt van de andere. Weinig schrijvers konden personages zo teder, tragisch en tegelijk komisch neerzetten als hij. Zelden is er liefdevoller geschreven over een dementerende moeder dan in 'Kaas'. “Ziek was zij eigenlijk niet, maar grondig versleten.” Typisch Elschottiaans blijkt vervolgens dat de spreker van deze innige woorden onwel wordt aan het sterfbed van zijn beminde moeder. Spijtig genoeg niet door de opwellende emoties, maar door overvloedig alcoholgebruik eerder die avond. Gelukkig herpakt hij zich, want op het moment dat ze de pijp uitgaat, meldt hij droog: “De uitwerking van het bier was nu helemaal over, wat wel bewijst dat ik minstens zoveel ontroering voelde als de anderen.” De Morgen noemde het 'Het eiland' avant la lettre.

 

De figuren in Elsschots romans zijn hartverscheurend, maar zo eerlijk. Het zijn pantoffelhelden die bij de haard fantaseren over het doodslaan van hun afstotelijke vrouw of een nachtje bij de meisjes van lieveling en centen. Uiteindelijk doen ze dit nooit want: “Tussen droom en daad staan wetten in de weg en praktische bezwaren.”

 

Ondanks de schijnbaar banale levens die Elsschot beschrijft, raakt hij in zijn novellen thema’s aan die bewijzen dat hij zijn tijd ver vooruit was. Terwijl de personages bij tijdgenoten nog volop bezig zijn met het kweken van kinderen en savooien, worden er in Elsschots roman uit 1910 al rustig geaborteerde foetussen over de haag gegooid. Verder komen in zijn werk zaken als gemengde huwelijken, het opkomend communisme en het racisme in Antwerpen ter sprake. Als dat geen bewijs is van vooruitstrevendheid!

 

Knappe mokkels

Niet alleen zijn thema’s, maar ook zijn taal is nog steeds begrijpbaar vandaag. Zelf wilde Elsschot tijdloos klassiek Nederlands schrijven. Dit zorgt ervoor dat zijn romans zoveel jaar later nog steeds aangenaam zijn om te lezen. Gelukkig slaagde Elsschot niet helemaal in zijn opzet, zodat er af en toe prachtige Antwerpse uitdrukking opduiken zoals de "knappe mokkels die niet te veel complimenten maken", die Laarmans wel eens met een bezoekje wil vereren.

 

Tot slot een laatste argument om te bewijzen dat Elsschot toekomstmateriaal is. Je moet niet veel tijd uittrekken om lid te worden van de Elsschot fanclub. ‘Kaas’ kan je gemakkelijk uitlezen tijdens een enkele rit Gent – Antwerpen. Voor ‘Het dwaallicht’ moet je niet meer dan driekwartier uittrekken en het lezen van zijn volledig oeuvre neemt slechts evenveel tijd in beslag als het doorworstelen van ‘Het verdriet van België’.

 

'Kaas' in strip

Dat ik niet de enige ben die meent dat de verhalen van Elsschot nog wel een tijdje kunnen meegaan, bewijst de recente verstripping van ‘Kaas’ door Dick Matena. Deze Nederlander goot eerder al Reve, Wolkers en Dickens in stripvorm. Hij is de enige tekenaar die volledige romans, zonder een letter te veranderen aan het origineel, omzet in afbeeldingen. Matena laat Laarmans door een druilerig Antwerpen uit het begin van de twintigste eeuw dwalen. De tekeningen in grijstinten, geaquarelleerd met Oost-Indische inkt, roepen een sfeer op die perfect past bij een mijmerende antiheld die loopt te zeulen met zijn waar. De kunstenaar koos ervoor om Laarmans het uiterlijk te geven van Alfons De Ridder. Dit is geen vreemde zet gezien de vele autobiografische elementen in Elsschots oeuvre. Het personage Laarmans duikt ook op in zijn andere romans en vertoont vele overeenkomsten met De Ridder. 'Kaas' gaat volgens velen dan ook niet over de verkoop van Edammers, maar over de teleurstellingen die Elsschot als jonge schrijver te verwerken kreeg.

 

In de Stadsbibliotheek en het Museum van Schone Kunsten zijn ze alvast overtuigd van Elsschots eeuwigheidswaarde. De Stadsbibliotheek heeft al gevraagd om een afbeelding uit ‘Kaas’ op haar muren te plaatsen. In het Museum voor Schone Kunsten mogen de tekeningen van ‘Kaas’ dan weer als eerste stripverhaal ooit plaatsnemen tussen de Rubensen en de Van Dijcks. De 220 originele afbeeldingen van Matena zijn tot 29 juni gratis te bewonderen. Zelfs als hij niet wint, heeft de Vlaamse Meester van de Literatuur dus tenminste zijn plaats veroverd tussen het canon van de schilderkunst.