Naakt 2.0

19/09/2008

Barack Obama heeft het, net als Tom Lanoye en honderd miljoen anderen: een account op Facebook, een zogenaamd social network. Nog steeds weet ik niet of ook ik Facebook nodig heb. Gedurende de volgende vier weken wil ik daar achter komen.

Het is vandaag 1 augustus, mijn eerste dag op Facebook. Ik vul in: mijn naam, geboortedatum, geslacht. Toegang tot deze data heeft op dit moment enkel Facebook. Maar dit is nog maar het begin, dit is dag één.

 

Ik laat heel wat vakjes wit: ben ik geïnteresseerd in mannen of vrouwen? Wat is mijn politieke overtuiging? Ben ik gelovig? Heb ik een relatie? “Bij het aanmelden worden gebruikers uitgenodigd om een groot aantal persoonlijke en intieme gegevens vrij te geven. Hoewel dit vaak niet verplicht is, behoort het tot de spelregels en is de verleiding groot om het profiel zo volledig mogelijk in te vullen”, vertelt Peter Mechant, medewerker van de studiegroep rond Media en ICT die verbonden is aan de Universiteit Gent. In het algemeen geldt: hoe jonger de gebruikers, des te onbehoedzamer wordt er omgegaan met persoonlijke informatie. “Volwassenen zien het web als een supplement op hun offline activiteiten, terwijl jongeren het verschil tussen online en offline in sterke mate negeren”, stelt Peter Mechant.

 

Oppervlakkig bekeken is Facebook een mengsel van dingen die al langer bestaan: de profielpagina ziet eruit als een curriculum vitae, of als een vriendjesboek voor volwassenen. Facebook heeft een e-mailprogramma en een elektronisch adresboek. Door een functie ‘evenementen’ kunnen feestjes worden aangekondigd en uitgenodigde vrienden bevestigen hun komst per muisklik. Iedereen kan zo zijn eigen netwerk opbouwen en afbeelden, maar pas als vrienden en kennissen deelnemen, heeft Facebook zin. Ik zoek een vijftal personen op waarvan ik zeker ben dat zij ook een account hebben. Een paar uur later hebben enkelen mijn aanvraag tot Facebookvriendschap bevestigd. Nu gaat de bal aan het rollen: vrienden van mijn Facebookcontacten voegen mij aan hun vriendenlijst toe. Op het einde van mijn eerste dag heb ik zestien vrienden.

 

Het Facebook-prikbord: zegen of vloek?

6 augustus. Facebook heeft een nieuwe fan. Wie graag personen googlet, vindt Facebook het nec plus ultra. Urenlang klik ik mij van profiel tot profiel, bekijk foto’s en lees berichten op andermans prikborden. Iedere Facebookgebruiker heeft een zogenaamd prikbord, waarop zijn vrienden berichten kunnen achterlaten en lezen. Een bericht bevat de profielfoto van de auteur en het tekstbericht zelf, en bepaalt wat andere gebruikers over ons denken. Wetenschappers van de West Virginia University stelden vast dat wij (zij het onbewust) conclusies trekken over de eigenaar van een prikbord op basis van de foto’s die bij de berichten horen. Hoe aantrekkelijker je vrienden op de foto’s lijken, des te hoger wordt jouw eigen attractiviteit ingeschat – en andersom: “Men heeft er geen voordeel bij om er beter uit te zien dan zijn vrienden”, concluderen de Amerikaanse onderzoekers.

 

Het prikbord onderscheidt Facebook van andere internetgebaseerde communicatie zoals e-mail, chatrooms en discussiegroepen: een Facebookgebruiker bepaalt niet langer enkel zelf het beeld dat zijn omgeving van hem heeft, nee, het is zijn omgeving die zijn imago stuurt. Gênante of ergerlijke prikbordberichten worden immers zelden door de eigenaar verwijderd; het gevoel de ongeschreven wetten van de Facebookcommunity te breken, houdt ons tegen. Elke tweede gebruiker van Facebook geeft dan ook toe dat er foto’s of berichten aan zijn account gelinkt zijn waarvan hij niet wil dat zij met hem geassocieerd worden.

 

Red onze planeet, maak vrienden, maar vooral: vertel over jezelf!

10 augustus. Een vriend nodigt mij uit om deel te nemen aan een virtueel kussengevecht. Pillow fight is één van de duizenden applicaties die niet door Facebook zelf zijn ontworpen, maar door haar gebruikers. Voor het gebruik van deze extra programmaatjes moet een gebruiker de applicatie aan zijn account toevoegen. Een database bevat alle applicaties die wij nodig hebben om onze tijd te verdoen, gaande van quizzen (ontmantel je seksuele persoonlijkheid) tot spelletjes (pokeren met je vrienden). Maar amusement is niet alles: sommige programmateurs doen iets voor de armen van deze wereld en het milieu. Hun projecten dragen namen zoals ‘Earthkeepers’ of ‘Donate Rice’. Timberland belooft bijvoorbeeld om in Noord-China het planten van bomen te sponsoren. Facebookgebruikers kunnen het project steunen door virtuele zaadjes naar hun contacten te sturen. Als vijf vrienden de virtuele zaadjes accepteren, dus de applicatie ‘Earthkeepers’ aan hun account toegevoegen, kan de afzender zien welk soort boom er geplant wordt van zijn zaadjes.

 

Opdat een applicatie aan mijn account wordt toegevoegd, ben ik verplicht om de ontwikkelaars toegang te geven tot mijn profielinformatie. Leo Neels, professor mediarecht aan onze universiteit, weet waarom: “Alle bedrijven die consumentenprodukten aanbieden, zijn geïnteresseerd in persoonlijke informatie van verbruikers.” De ontwikkelaars van Facebookapplicaties doen eigenlijk hetzelfde als winkelketens met getrouwheids- en voordeelkaarten: als wij onze persoonlijke voorkeuren prijsgeven, worden wij beloond met een voordeelbon – of een kussengevecht, zoals in mijn geval.

 

In tegenstelling tot een klantenkaart van een winkelketen weten wij – en Facebook – echter niet wie in onze profielen kan snuffelen, want “Facebook stelt geen onderzoek naar platformontwikkelaars in en keurt platformontwikkelaars vooraf niet goed.” In hetzelfde document over zijn privacybeleid onttrekt Facebook zich aan alle verantwoordelijkheid over hoe ontwikkelaars met onze persoonlijke data omgaan: “Facebook kan niet controleren hoe dergelijke platformontwikkelaars de persoonlijke informatie die ze met de platformtoepassingen verzamelen, zullen gebruiken.”

 

Onze persoonlijke gegevens worden ook door Facebook zelf verhandeld: “Facebook kan informatie uit je profiel gebruiken zonder jouw identiteit bekend te maken aan derden. We doen dat bijvoorbeeld om te kunnen zien hoeveel mensen in een bepaald netwerk van een bepaalde muziekgroep of film houden, om advertenties en promoties op maat te maken”, en verder: “We denken dat dit in je voordeel werkt. Je kunt meer te weten komen over de wereld om je heen.” Een goed geïnformeerde consument is een goede consument, zeg maar. Aan potentiële adverteerders wordt beloofd: “geavanceerd doelgericht adverteren - gericht op leeftijd, geslacht, woonplaats, interesses en meer.” Deze strategie kent slechts één grote winnaar: Facebook. Vorig jaar heeft Microsoft voor een kleine 1,6 procent aandelen aan Facebook de volle 240 miljoen dollar betaald. Op dat moment was Facebook dus 15 miljard dollar waard. Ter vergelijking: de waarde van de bank Fortis werd in juli dit jaar op 23 miljard dollar geschat.

 

Facebook maakt het mogelijk om vriendschappen te onderhouden via het internet (ondertussen al web 2.0), ons te vermaken en onze planeet te redden. In ruil daarvoor geven wij ons bloot, zodat ons reclame bereikt die aansluit bij onze leeftijd, opleidingsachtergrond en burgelijke staat. Willen wij dit wel? “In de regel springen we allemaal onzorgvuldig om met persoonlijke informatie, zij het vaak onbewust. Met het delen van persoonlijke informatie is in principe niets mis, zolang men er zich van bewust is dat te doen en zolang men dat wenst te doen”, vindt Leo Neels.

 

Wat wij over onszelf vertellen, is echter niet enkel interessant voor bedrijven die producten aan ons willen verkopen, want “ook potentiële werkgevers zijn benieuwd naar de details van wie bij hen komt solliciteren”, waarschuwt Peter Mechant. “Social network sites bevatten een immense hoeveelheid aan persoonlijke informatie, die in principe nooit gewist wordt. De zelfonthulling op een profielpagina kan jaren later een probleem vormen, bijvoorbeeld op het moment dat de gebruiker begint te solliciteren. Uit verschillende empirische studies blijkt echter dat gebruikers van sociale netwerksites hier zelden aan denken.”

 

Weinig Facebookvrienden = niet aantrekkelijk

17 augustus. Terwijl een student gemiddeld 246 Facebookvrienden heeft, heb ik er op dit moment slechts een klein dertigtal. Volgens onderzoekers van de Michigan State University moet ik mij zorgen maken: niet enkel de prikbordberichten bepalen namelijk wat men van mij vindt, maar ook mijn aantal Facebookcontacten. Een honderdvijftigtal proefpersonen beoordeelde in opdracht van de wetenschappers de aantrekkelijkheid van anderen op basis van hun Facebookprofiel. Resultaat: gebruikers met veel vrienden (meer dan 300) lijken aantrekkelijker dan iemand met een honderdtal vrienden. “Wie populair is op Facebook (en dus veel vrienden heeft), wordt gemakkelijker geassocieerd met iemand die in het offline leven over meer sociale competenties beschikt, en fysiek aantrekkelijker zal zijn dan anderen”, schrijven de communicatiewetenschappers. Nóg meer vrienden (tussen 500 en 900) doen de attractiviteit echter weer dalen tot het niveau van de gebruikers met 100 vrienden.

 

De kleine letters

22 augustus. Het is zomervakantie. “X heeft nieuwe foto's toegevoegd” is deze maand een betrouwbare melding dat X pas terug is van een reis en zijn indrukken wil delen. Facebook maakt het mogelijk: een paar keer klikken en al je vrienden kunnen je foto’s zien. Sinds gisteren ben ik zelf terug van op vakantie. Zou ik mijn foto’s ook online zetten? De gebruiksvoorwaarden van Facebook hakken de knoop door: door het uploaden van foto’s geef ik automatisch en onherroepelijk toestemming aan Facebook om mijn foto’s te gebruiken, te kopiëren en te verdelen “voor elk doel, commercieel, reclame-gerelateerd of anderszins”. De gebruiker blijft echter eigenaar van het geüploade, want, zo Leo Neels, “naar Belgisch recht is overdracht van auteursrechten enkel geldig met schriftelijk bewijs”.

 

29 augustus. Mijn Facebookaccount is nu vier weken oud. Via Facebook ben ik terug in contact gekomen met een oude vriendin die in het buitenland woont, en kan ik foto’s zien van haar studententijd in Tel Aviv, en van haar reis naar Iran. Facebook toont de foto’s, en daarom zal ik waarschijnlijk ook wel lid blijven.

 

Alternatieven

Netlog // de Belgische MySpace

Netlog wordt ook wel eens de Belgische MySpace genoemd. Het werd ontworpen door twee Aalstenaars en heeft nog steeds zijn hoofdzetel in Gent. Met zijn meer dan 35 miljoen leden verspreid over 19 landen weet Netlog succes te boeken tot buiten de grenzen van België: Netlog is marktleider in België, Italië, Oostenrijk, Zwitserland, Roemenië en Turkije. In België is het volgens CIM Metriweb zelfs de meest bekeken website (13,5 miljoen bezoekers per dag). Op zijn profiel kan de Netlog-gebruiker onder andere blogs posten, foto’s en video’s delen, muziekspeellijsten publiceren, tot groepen toetreden en events organiseren. Netlog maakt gebruik van localisatietechnologie (geotargeting) waardoor de informatie die de gebruiker krijgt gepersonaliseerd is volgens zijn profiel.

 

LinkedIn // zakelijk netwerken

LinkedIn werd in 2003 opgericht is en telt meer dan 25 miljoen gebruikers. De gebruikers zijn over het algemeen professionals die op deze manier online een weergave hebben van hun zakelijk netwerk. Het profiel van een gebruiker is een soort online cv waar zijn diploma’s en professionele verdiensten op te vinden zijn. Het hoofddoel van LinkedIn is dan ook een plaats te bieden waar mensen online kunnen netwerken. Door de online weergave van de netwerken is het voor gebruikers gemakkelijk om uit te zoeken via wie ze in contact kunnen komen met de persoon die ze nodig hebben. Hierdoor vormt het netwerk een uitgelezen manier voor werkgevers om geschikte werknemers te vinden en omgekeerd.

 

Ning // maak je eigen sociale netwerksite

Ning werd opgericht in 2004 en is vandaag de drijvende kracht achter zo’n 275 000 sociale netwerksites die worden gehost op haar servers. Gebruikers kunnen met behulp van Ning hun eigen sociale netwerksites aanmaken zonder dat zij over veel technische bagage hoeven te beschikken. Ning biedt hiervoor verschillende tools aan die de gebruiker dan naar zijn eigen voorkeuren kan toepassen. Het doel is iedereen de mogelijkheid geven een netwerksite te creëren over zijn eigen interessegebied en zo online communities te vormen. Het aanmaken van een netwerksite is gratis, maar dan moet je wel vrede nemen met reclame op je website. Wil je zelf controle hebben over de reclame op je netwerksite, dan betaal je maandelijks lidgeld.