Murad Gholi

de Antwerpenaar
24/02/2015

In de rubriek ‘de Antwerpenaar’ laten we je kennismaken met een Antwerpenaar die inspireert, intrigeert of amuseert. Iemand met een interessante visie en een hart dat klopt voor ‘t Stad. Sinds 1995 kun je voor al je nachtelijke aankopen terecht in de Statiestraat in Berchem bij Murad Gholi. Misschien bent u hem al tegen gekomen in het nieuws, gewapend met zijn woorden tegen het 'imagoverlagende zaken' beleid van Koen Kennis. dwars mocht plaatsnemen in het behaaglijke zithoekje in de MG Night Supermarket.

Murad kwam in 1987 naar België als politiek vluchteling. In zijn thuisland Iran was hij diplomaat met 3 masters. In Brussel kwam hij aan in een korte broek zonder geld of verblijfplaats. Zijn vader, vrouw en twee kinderen waren geëxecuteerd in Iran. Het was een sombere periode, hij kende niets of niemand in ons koude landje. Toen hij in Antwerpen aankwam, kon hij rekenen op de hulp van de VN en van Mark, baas van Nordic Travel. Zij regelden zijn papieren en zijn eerste verblijf in Schilde. Murads verhaal begint met zijn gelukssteen: de diamant.

 

Andrea en de diamantstad

“Door te werken bij mijn vriend Mark, kon ik een ruwe gele diamant kopen. Al gauw lachte het geluk mij toe, ik ontmoette de adembenemende Oostenrijkse Andrea. Ze vroeg mijn nummer, ik had echter geen telefoon dus gaf ik haar het nummer van Mark om mij te kunnen bereiken. Hij gaf me ook 1500 frank om haar mee uit te nemen, dus trakteerde ik haar op een pizza. Toen de rekening kwam hield ik mijn hart vast, maar het was net genoeg! Andrea nam me op een dag mee naar de bank en opende een rekening voor me. Oorspronkelijk was dit tegen mijn zin, mijn cultuur staat me immers niet toe dat een vrouw voor mij betaalt. Met dit geld begon ik mijn nachtwinkel. Na zes maanden kon ik gelukkig alles vereffenen. Toen kocht ik een diamant voor haar. Ze mocht hem hebben op één voorwaarde: een kus op mijn wang. Andrea barstte in tranen uit en ik ook. We waren enkel vrienden maar toch hadden we vreselijk veel aan elkaar. Niet veel later moest ze terug naar Oostenrijk. Toch beloofde ik mijn winst altijd met haar te delen. Ze stapte op het vliegtuig en trouwde met een ander. Ik mis haar nog steeds. Zonder haar had ik hier nooit gestaan.”

 

Helen en mijn huis

“Tegenover mijn nachtwinkel stond een pand te koop. Ik voelde meteen dat ik dit huis moest hebben, dus belde ik Andrea op. Zij verklaarde me voor gek en vroeg hoe me dat zou lukken. Maar mijn gelukssteen liet me niet in de steek: het is het huis hier tegenover, waar ik nu nog steeds in woon. Op een zondag kwamen er twee Chinese meisjes binnen. Eentje was het lelijkste schepsel dat ik ooit had gezien en de andere was echt prachtig. We raakten aan de praat en spraken vaker af. Plots belde Helen, de schone me ‘s nachts op. Ze was bang voor haar agressieve huisbaas, dus bood ik haar gratis onderdak aan, in ruil voor haar kookkunsten. Een zekere dag op een tombola, haalde ze me over om haar hand vast te houden voor geluk. En je zal het niet geloven, maar we wonnen de hoofdprijs: een Daewoo! Verliefd zijn we nooit echt geweest, een vriend van mij zag haar zitten dus kregen ze mijn zegen en nu wonen ze samen in China. Vaak belt ze me op en zegt ze dat ze niet kan vergeten wat ik voor haar heb gedaan.”

 

Murad versus de staat

Zijn diamanten en vrouwen mogen hem dan wel geluk hebben gebracht, de Belgische Staat deed dat niet. In 1995 ging Murad in hongerstaking om op te komen voor zijn rechten. Leona Detiège (toenmalig sp.a minister van Tewerkstelling en Sociale Aangelegenheden, nvdr.) wist hem hulp te bieden. Vandaag vecht Murad opnieuw voor zijn zaak en voor zijn rechten.

 

“Ik ben lid geworden van de N-VA omdat ze beloofden de belastingen te verlagen. Ze hebben echter iedereen belazerd, zoals politici dat doen, en zijn juist degenen die de belastingen omhoog trekken. Daarbovenop komen ze nu af met die belachelijke uitspraak dat een nachtwinkel imagoverlagend zou zijn; dat pik ik niet en daarom heb ik mijn lidkaart in twee geknipt,” zegt Murad. “Politici zijn lafaards. Ik zou graag eens met hen een debat willen voeren, maar ze hebben het lef niet om mij onder ogen te komen en de discussie aan te gaan. Het enige dat ze wel hebben is een superioriteitscomplex.”

 

Murad heeft al een heel gevolg achter zich kunnen scharen, gaande van journalisten tot de studenten die zijn nachtwinkel graag bezoeken. Want de echte nachtwinkel, dat is die van Murad. “Mensen zeggen dat als ik de taal zou hebben geleerd, ik een leider zou kunnen zijn. Geen politicus, maar wel iemand die opkomt voor de rechten van de mens. En dat is wat ik nu doe. Ik ben voor niemand bang, omdat ik niets te verbergen heb en als mijn rechten me ontnomen worden, dan zal ik vechten. Als de politici niet naar me willen luisteren zal ik hun politieke carrière schaden. Ik ben dan wel een buitenlander, maar ik ben ook een Belgisch burger en heb kennis van zaken. Ik heb contacten en ben goed geïnformeerd. Dat is nu net de troef van een diplomaat: geef niemand de kans om je goed te leren kennen, dan weten ze ook niet welke kaarten je in handen hebt.”

 

De problemen zijn voor Murad echter nog maar net begonnen. Toen we hem gingen bezoeken, had hij net een nieuwe voorruit laten zetten. Niet omdat hij daarvoor gekozen had, maar omdat zijn vorige is ingeslagen bij een overval. Murad gelooft echter niet dat dit zomaar een inbraak was; hij heeft al te veel meegemaakt om niet wantrouwend te zijn.