Misschien een waarheid

18/02/2007

Onzekerheid is een constante in het leven. Zowat de enige, buiten het eigen lichaam. De dagen vol zekerheid zijn betrekkelijk zeldzaam, dus het is maar goed dat we er als individu wel mee omkunnen. Als maatschappij lijken we daar echter wat moeilijkheden mee te hebben.

Mijn persoonlijke ervaringen met onzekerheid blijven beperkt tot het soort soapy situaties die u in volle glorie op VIJFtv kan bekijken. Nog los van de keuzeverlamming bij het bestellen op restaurant, de vraag of mijn horloge juist staat en ik mijn bus nog zal halen of de lichtjes knikkende knieën als ik mijn punten moet gaan halen, blijft de grootste bron der onzekerheid uiteraard de wispelturigheid van andere mensen. Zal dat meisje slechts lachen met alle minachting in haar tengere lijfje wanneer ik haar mijn diepste liefde beken, of zal ze smachtend in mijn armen vallen en me uitnodigen tot een liefelijk tongengevecht? De waarheid lag, zoals altijd, ergens in het midden.

 

Hoeveel verschillende persoonlijkheden er ook onder mijn schedeldak huizen, ik kan echter nog steeds geen maatschappij genoemd worden. De vorige alinea mocht u dus eigenlijk best overslaan, want het pijnpunt behelst voor de verandering iets meer dan ikzelf. Vroeger was het een beetje makkelijker. De koning wist alles op aarde, de paus alles daarbuiten. Indien je onzeker was over iets, kon je er wel van op aan dat een van deze twee vaderfiguren het antwoord wist. Waar komen we vandaan? Waar gaan we naartoe? Daar wordt allemaal voor gezorgd als je braaf naar ons luistert. Maar door allerlei vormen van ontvoogding hebben we nu natuurlijk een paus met een nazi-verleden en een koning met een pure symboolfunctie en wordt het dus tijd om zelf op zoek te gaan naar antwoorden.

 

Maar daar komt de kat op de koord, want we zijn helemaal niet in staat elke vraag te beantwoorden (tenzij u religieuze pretenties heeft natuurlijk). We kunnen proberen, en af en toe komen daar enkele waarschijnlijkheden uit voort, maar veel vaker blijft er enkel een groot vraagteken achter. Of moeten we een uniek antwoord voor onszelf formuleren, wat de onzekerheid eigenlijk helemaal niet wegneemt, aangezien we onmogelijk naar de laatste pagina’s van ons leven kunnen bladeren om de oplossing te bekijken. En het knaagt aan ons. Maar in plaats van onze onzekerheden te accepteren, zoeken we zondebokken en schuldknapen. We lopen als lemmings achter witte antwoorden aan om de verwarring te vermijden en beetje bij beetje verliezen we het vermogen om te nuanceren en te relativeren. Zo trekken we en duwen we en klauwen we onszelf kapot. Tot het volgende antwoord ons verdeelt en verenigt, voor en tegen, en we kunnen heropbouwen zonder ons zorgen te maken over onzekerheid. Voor even, dan toch.