kunstklap met Bert Dockx

terug naar de oorsprong, terug naar Strand
02/12/2014
Bron/externe fotograaf
Herman Sixma

Het sprookjesachtige panorama vanuit café ZeeZicht is alvast een goede reden om naar Zurenborg af te zakken. Nog een meerwaarde: hier zit Bert Dockx. De frontman van Flying Horseman en gitarist bij het live trio Dans Dans is sinds kort ook aanspreekbaar als Strand. Onder dit pseudoniem bracht hij op 29 september een door critici unaniem geprezen Nederlandstalig debuut uit. De muziek van Strand werd omschreven als melancholisch en poëtisch, maar is vooral ondefinieerbaar en eigenzinnig – zoals de maker zelf. Ondanks dat Strand in onze fragiele moedertaal zingt en zijn muzikale entourage niet meer of minder is dan zijn gitaar, zouden we zijn muziek tenietdoen door het als kleinkunst te bestempelen.

“Iedereen denkt in hokjes, maar als kunstenaar probeer je die hokjes te overstijgen.” Zowel in zijn songteksten als in het gesprek, rijgt Dockx de oneliners aaneen: “Iedereen is kunstenaar, alleen is een kunstenaar ermee bezig." Zijn fascinatie voor kunst en bij uitbreiding voor het leven is eindeloos zoals de zandkorrels op een strand. Hij absorbeert talloze inspiratiebronnen om ze opnieuw vorm te geven in zijn kunst, de muziek. Dit gesprek gaat dan ook over wat hem bezighoudt: over leven, over dood, én over Strand.

 

Als iedereen kunstenaar is, is dan alles wat een mens doet kunst?

Er is wel de link met ambacht, maar daar heeft de conceptuele kunst radicaal mee gebroken. Sindsdien kan een idee ook kunst zijn, door eender wie uitgevoerd. Maar goed, ik ben geen kunsthistoricus. Voor mij is vooral de intentie van waaruit men iets maakt belangrijk.

 

Is kunst maken ook lef hebben?

(grijnst) Ik bezit een bepaalde lef niet. Ik functioneer niet op de paden die de maatschappij voor ons heeft uitgestippeld. Kunst valt tegenwoordig onder economische termen, maar ik ben geen ondernemer. Ik moet mezelf omringen met mensen die zich daarmee bezighouden. Ik ben ook niet geïnteresseerd in geld. Wat ik nu zeg, vind ik niet heldhaftig. Als ik deze muziek zou maken om geld te verdienen, zou ik heel dom zijn (lacht). Geld is nooit het doel op zich. Het doel is om de wereld vorm te geven, te presenteren en hopen dat mensen er dingen in herkennen en in vraag beginnen stellen.

 

Ben jij naast vormgever en antikapitalist ook de kunstenaar die de wereld probeert te veranderen?

Iedereen verandert de wereld. Ik worstel zelf wat met kunst die een revolutie wil ontketenen. Nu heb ik onlangs Leviathan van de Russische regisseur Zvyagintsev gezien en ben er wel helemaal in de ban van. Er zit een enorme woede in. Terwijl Zvyagintsev’s vorige films heel ambigu waren, wil hij nu tonen waar hij echt niet mee akkoord is. Tegelijkertijd schuilt er toch een fatalisme in: wat kunnen we er aan doen? Mensen worden toch verpletterd als insecten. Deze simplistische gedachte is zelden zo krachtig overgebracht.

 

Is kunst er om frustraties te uiten?

Ook positievere dingen. Hoeveel negatieve gevoelens er ook gekanaliseerd worden via kunst, de daad van het creëren is positief. Al maak je het meest pessimistische kunstwerk, dat je er je tijd, hart en ziel hebt ingestoken, maakt dat je iets optimistisch hebt gecreëerd.

 

Dus een toewijding?

Ik ben wel geobsedeerd door wat ik doe. Ook omdat ik niet goed functioneerde voor ik zo met muziek bezig was. Ik heb bijvoorbeeld veel in de horeca gewerkt, maar ik verveelde mij. Je moet aanvoelen waar je goed in bent. Ik doe dit omdat ik geloof dat ik dit goed kan.

 

Dat obsessief bezig zijn met je muziek vertaalt zich in een productieve werkijver. Je Nederlandstalig debuut is er heel snel gekomen. In twee maanden tijd had je het album gecomponeerd en vervolgens op twee dagen opgenomen. Het moest er allemaal uit?

Ja, misschien omdat ik het Nederlands te lang heb genegeerd. Bij het allereerste nummer dat ik ooit schreef, dacht ik al: waarom niet in het Nederlands? De aanleiding van Strand kwam spontaan toen ik aan een theaterstuk aan het werken was. Een stukje Nederlands paste gewoon in die voorstelling. Vervolgens kwam City Same City van Flying Horseman uit. Wanneer een plaat uitkomt is dat altijd een heel creatieve periode voor mij. Alsof er iets van me afvalt. Het werk is voltooid en een ander begint: de plaat live spelen.

 

Hoe kijk jij terug op dit Stranddebuut en om die songs terug te beluisteren of live te spelen?

Ernaar luisteren doe ik amper, dat is cliché. Maar je hoort onvermijdelijk wat je liever anders had gedaan. Een plaat maken en promoten is nu eenmaal hoe de industrie in elkaar zit. Ik houd van albums maken en werk bundelen, maar dat is voor mij ondergeschikt aan het optreden. Bij optreden gaat het om de communicatie in het moment. Die is anders dan een gesprek voeren, of chatten. Performen is verslavend als een drug, zeker bij Dans Dans omdat we veel improviseren. De bevestiging van mensen geeft een kick, maar is ook gevaarlijk.

 

Over naar schijnbaar minder gevaarlijke oorden dan: je Nederlandstalige teksten.

In het Nederlands is het voor mij gemakkelijker om tot de essentie te komen omdat ik de taal veel beter beheers. Voor de eerste keer ben ik heel tevreden over mijn teksten. Ik ben nu weer in het Engels aan het schrijven en dat ging moeizaam in het begin. Terwijl bij Strand schreef ik in een rush, ook al wist ik niet wat ik aan het zeggen was. Interpretaties doe ik altijd pas achteraf.

 

Het lijkt nochtans alsof jij trouw volgens bepaalde thema’s schrijft. Ik zie bijvoorbeeld drie patronen terugkomen: de dood, vrouwen en de afkeer van de kapitalistische samenleving.

Die zijn er zeker… In de periode dat ik het nummer Dood heb geschreven, is mijn grootmoeder gestorven. Mijn bezoek aan haar in het ziekenhuis destijds was de basis van die tekst. Het is niet omdat het getriggerd was door dat feit, dat Dood alleen maar daarover gaat. Een andere tekst, Koop, bijvoorbeeld is heel expliciet maatschappijkritisch, maar toch ook geïnspireerd door dat moment: ‘En toen ging het licht plots uit/ op de autostrade/ terug thuis in mijn eigen land/ dacht ik aan je stervend gelaat’. Die passage past achteraf bij het maatschappijkritische, het koude gelaat van het neoliberalisme, maar eigenlijk gaat het over dat bezoek aan mijn grootmoeder.

 

Ik dacht dat ‘het koude gelaat’ een ex-vriendin van je was?

Nee, maar goed, ik vind mijn interpretatie niet waardevoller dan een andere. Ik ben een rare tekstschrijver. Ik heb bewondering voor narratieve songschrijvers zoals Johnny Cash, maar mijn ideaal in kunst zijn vage dingen op een duidelijke manier vormgegeven. Al wat minimalistisch is, maar tegelijk een lading dekt die eindeloos interpreteerbaar is, vind ik mooi.

 

Je zit duidelijk niet verlegen om inspiratie. Was je al zo productief als tiener?

Ik was te onzeker om iets naar buiten te brengen. Ik blijf mij afvragen waarom ik toen zo onzeker was. Misschien door de schoolomgeving. Objectief gezien is dat onterecht. Ons schoolsysteem is niet ideaal, maar ik ben nooit mishandeld geweest en had goede punten. Toch was school een constante bron van stress. Ook op sociaal vlak. Ik had één goede vriend en als die bijvoorbeeld ziek was, was ik in paniek… Ik ben nu bezig aan een nummer waarin ik probeer te communiceren met de mens die ik toen was.

 

Ben je bang voor eenzaamheid?

Ja, iedereen toch? Iets in mij probeert die eenzaamheid te ontvluchten. Ook al is het nutteloos de illusie achterna te jagen dat het mogelijk is om niet eenzaam te zijn.

 

Doe je dat door vrienden op te zoeken of in de muziek?

Meer in de muziek en door de appreciatie van mensen, dat het hen ook gezelschap houdt in hun eenzaamheid. Tegelijkertijd vind ik het moeilijk om nieuwe vrienden te maken. Misschien als ik socialer zou zijn, zou ik minder de neiging hebben om mij terug te trekken en muziek te maken. Dat is mijn manier van communicatie.

 

Dat heeft misschien ook te maken met de dood, de geruststelling dat als je sterft er nog iets concreet van je achterblijft, naast vrienden die jou herinneren?

Nee, mijn muziek overleeft mij wel, maar voor hoe lang? In het licht van de eeuwigheid is 500 jaar niets. Mensen zijn gevoelig voor zo’n overweldigend mysterie en dus zoeken ze naar een doctrine om er mee om te gaan. Een mens is een sociaal wezen, dus heb ik de noodzaak om muziek te delen.

 

Als bezigheidstherapie?

Ik weet het niet. Ik ben wel met de dood bezig. Ik ben er bang van, maar kan niet doen alsof ze er niet is. Het één kan niet bestaan zonder het ander. Het leven kan niet bestaan zonder de dood. Door die begrenzing spreek je van leven. Daarom is slapen een persoonlijke obsessie van mij. Voor hetzelfde geld ben ik dan dood.

 

Mensen zeggen ook altijd dat ze het liefste willen gaan in hun slaap.

Ja, dat wil iedereen.. Live speel ik Dood en Haat na elkaar, en dan schrikken mensen altijd (lacht). Bizar hoe onze maatschappij de dood wegmoffelt. Dat is een duidelijke indicatie van een zieke maatschappij. Onze omgang met oude mensen zit ook behoorlijk scheef, om hen ‘de vergrijzing’ te noemen, als een probleem van cijfers.. Mensen praten ook amper over angsten.

 

Of je moet naar een psycholoog?

(knikt) De hoofdreden waarom ik mij zo slecht voelde op school was omdat ik met zulke dingen bezig was en het gevoel had dat mijn leeftijdsgenoten die dingen negeerden. Ik wilde er wel bij horen, want dat gevoel overheerst van nature, maar uiteindelijk als het uiterlijk van de groep me niet aanstaat, sta ik er liever buiten, met mijn muziek.

 

"3", het nieuwe album van Dans Dans kwam uit op 17 november jl.