extra cathedra: Walter Weyns

over de roerige jaren ’70, functioneel naakt en het gevaar van lachen
14/10/2014
Bron/externe fotograaf
Universiteit Antwerpen

Extra cathedra (vanuit de zetel) is een web-only rubriek waarin we het stof van de prof halen. dwars stelt de vragen die bij menig student al jaren door het hoofd spoken: wat zijn/haar docenten zoal op het brood smeren bijvoorbeeld. U kent hem wellicht als bedreven socioloog en cultuurtheoreticus, maar hij wist ons ook iets mee te geven over sla, lucide dromen en studentendopen. Dames en heren: prof. dr. Walter Weyns.

Geef een definitie van de sociologie. De verboden woorden zijn studie, gedrag, mens en maatschappij. (2 pt)

Sociologie bezint zich over alle aspecten van het gezel-zijn. Socius betekent immers gezel. Het gaat over alle vormen van sociale omgang tussen sociale wezens. Sociologie bestudeert de omgang met het ‘ander’ en hoe het andere verinwendigd wordt. Er zijn andere mensen (-1, nvdr.) maar ook andere wezens en er is andere natuur. Wij bestaan, als het ware, als wandelende verinwendigde anderen.

 

U staat bekend als een professor die tijdens de lessen altijd de orde en scherpe blik weet te behouden. Is uw onstuitbaar gezag aangeboren of aangeleerd?

Haha, dat is er helemaal niet. Weet je wat er bij mij aangeboren is? Ik heb een aangeboren blijheid, maar tegelijkertijd ben ik ook een oercultuurpessimist; dat houdt elkaar in balans. Maar gezag? Ik heb geen gezag. Ik houd er wel van als studenten hun aandacht bij de zaak houden, maar zou dat niet afdwingen. Dat moet de leerstof zelf doen. Ik begin een college ook altijd stuntelend, zeker bij kleine groepen.

 

De studentendopen zijn deze maand bijna niet aan het zicht te onttrekken. Bent u zelf een schacht geweest?

Nee, ik vond dat verschrikkelijk. We spreken nu wel over de jaren ’70 waarin het dopen absoluut passé was: dat deed je niet meer. De faculteit PSW was in die tijd erg anti-autoritair en ik stond zelf ook veel op de barricades. Als er wat te betogen viel, deden we daar graag aan mee. Ik heb destijds wel een bangelijk moment meegemaakt waarvan ik zelfs de aanleiding al niet meer weet. Er was een meningsverschil tussen twee verschillende groepen studenten ontstaan en die troffen elkaar in het auditorium van het HIVT in de Schildersstraat. Wij postten daar toen op de tweede verdieping en bestookten vanaf het balkon onze tegenstanders met van alles en nog wat om een discussie uit te lokken. Ja, dat was echt gevaarlijk. Ook organiseerden de PSW-studenten vaak volksvergaderingen waarin we moties aannamen over zaken die zich bijvoorbeeld in Nicaragua afspeelden. Zo waren we. Je moest geёngageerd zijn en de wereld willen verbeteren, het liefst als collectief, maar de wereld luisterde niet.

 

Ik heb me serieus verdiept in overgangsrituelen zoals de studentendoop en je zou denken dat je er daardoor meer begrip voor krijgt, maar nee. Het machtsspel van de schachtentemmers van ‘ik stop je kop in de toiletpot’ heb ik nooit begrepen. Ik zie wel dat studenten ervan genieten en iedereen mag zich natuurlijk amuseren. Ze beschouwen zich nadien als lid van de groep, omdat ze gemeenschappelijk door penibele omstandigheden geraakt zijn en persoonlijke banden aangehaald hebben. In die zin kan het wel voor verdieping zorgen en nuttig zijn op een universiteit waar het leven al eenzaam is.

 

Genoeg serieuze zaken.

 

Geen student lacht ooit nog om wat u zegt  OF uw examens zijn voortaan zo moeilijk dat elke student erop buist.

Laat ze dan maar stoppen met lachen. Lachen is vaak een manier om iets weg te lachen en te vergeten. Ik vind wel dat humor soms inzicht bevat, maar lachen kan ook gevaarlijk zijn omdat je daarmee het gezegde kunt ‘wegblazen’. Geef mij dan maar bloedserieuze studenten, die doodernstig bezig zijn met de materie alsof hun leven ervan afhangt. Ja, echt!

 

Iedere dag naakte studenten die door het college rennen OF lesgeven in uw pyjama met flatterende konijnenpantoffels

Geef me dan maar naakte studenten, daar heb ik weinig last van. In het oude Griekenland werd er ook wel (bijna) naakt lesgegeven. Dat went snel hoor! Een pyjama straalt een zekere huiselijkheid uit, die naaktheid niet heeft. Als je naakt bent, verhul je niks en kun je je concentreren op de essentie. Die pyjama leidt alleen maar af en hij is veel intiemer dan naaktheid. Het is overigens eens voorgekomen dat er een naakte man door een van mijn colleges rende, maar die was alweer gevlogen voor ik besefte wat er gaande was.

 

U raakt voor altijd verzeild in de samenleving die Duckstad heet. Welk personage bent u?

Het kleinste diertje van allemaal, een mini-duckje. Kwak. Geen idee waarom. Ik ben een microloog, dus ik heb een spontane empathie voor het kleine.

 

Bent u een boekenwurm, fitnessfreak of movie geek?

Een boekenwurm. Het liefst lees ik essays: ervaringen in ideeёn omgezet, en omgekeerd. In het college van daarnet heb ik nog de loftrompet gestoken over Couperus, en Canetti heeft me lang bezig gehouden.

 

In uw huishouden zijn besparingen op komst. Waarop gaat absoluut als laatste bekostigd worden?

Deze vraag is verkeerd. Dat wat het meest waard is, is kostenloos. De dingen die geld kosten kun je missen.

 

Wat is uw eigenaardigste droom geweest, en zou Freud deze enigszins kunnen duiden?

De prettigste dromen zijn de dromen die je zelf kunt sturen (lucid dreaming, nvdr.). Ik heb daar op geoefend, maar gaandeweg is dat vermogen verminderd. De eigenaardigste droom? Ik heb ooit een onwaarschijnlijk droomverschijnsel meegemaakt net voor het inslapen. Een hypnagoge hallucinatie heet zoiets. Ik zag een fenomenale reeks flitsen van beelden op hoog tempo, duizenden na elkaar, allemaal van Afrikaanse maskers in een soort Picasso-achtige vervormingen. Binnen 4 seconden kwam een heel artistiek oeuvre voorbij van kleurrijke patronen, die niet eens aan mensen deden denken. Het was een van de mooiste tentoonstellingen die ik ooit gezien heb. Ik denk niet dat er freudiaanse symboliek in zat, maar Freud zou er allicht wel een draai aan hebben kunnen geven. Misschien staat een masker voor iemand met gezag en macht, of een oedipale afrekening met een vaderfiguur.

 

U prijkte recentelijk op een promotiefoto voor de biomarkt op Campus Zuid. Wat vinden we zoal in uw (duurzame) groententuin?

Ik heb wat je met veel goede wil een kruidentuintje zou kunnen noemen. Ik koester ook wilde aardbeien in mijn tuintje: die komen vanzelf. Mijn lievelingsgroente is misschien wel sla, omdat je het gewoon kunt plukken. Ik ben een liefhebber van het jagen en verzamelen. Wat je kunt oprapen is prima. Vanaf het ontstaan van de landbouw en het bereiden en koken van voedsel is de neergang ingezet.

 

En ten slotte: Welke kleur sokken draagt u het liefst?

Dat zijn meestal onbestemde grijze of donkerblauwe sokken, maar die draag ik niet graag. De leukste sokken zijn de sokken die opvallen in mijn schuif, zodat ik ze gemakkelijk terug kan vinden.

 

De aanwezige redacteuren kunnen bevestigen dat prof. Weyns donkerblauwe sokken droeg.