En wa moet da kosten, professor?

de cursus- en handboekenmarkt onder de loep

15/09/2016

Een nieuw academiejaar brengt voor studenten nieuwe budgettaire kopzorgen met zich mee. Na een dure zomer vol niet te missen festivals, onontbeerlijke Vietnamreizen en twee of drie obligate citytrips, wacht de student bij de start van het academiejaar opnieuw een grote uitgave: de onvermijdelijke aanschaf van het cursusmateriaal. Met alle cursussen, readers en handboeken die je om de oren vliegen kan dit een prijzig plaatje worden. Maar de student, besparingsdier in hart en nieren, zou zichzelf niet zijn als hij geen manier vond om de kost van die vermaledijde cursussen wat te drukken.

Nee, we hebben het niet over Cara Pils, het betaalbare ambrozijn der studenten, maar over de overkoepelende studentencursusdienst die deze maand het levenslicht ziet. In tijden waarin ‘democratisering’ het toverwoord lijkt en menig eerstejaarsstudent letterlijk bezwijkt onder de studie(boeken)druk, werpt zij zich op als beschermer van de studentikoze belangen. Hoeveel aandacht wordt er eigenlijk besteed aan de kostprijs van het studiemateriaal? dwars zocht het voor je uit.

 

padafhankelijke geschiedenis

Toen de Universiteit Antwerpen in 2003 werd opgericht – na de fusie van haar voorgangers UFSIA, RUCA en UIA – had dat ook een impact op de cursusleveranciers. Vandaag wordt het studiemateriaal voor studenten op de buitencampussen ter beschikking gesteld door de cursusdiensten van onze alma mater zelf. Die bevinden zich op Campus Drie Eiken en Campus Groenenborger.

 

Op de Stadscampus is het daarentegen vooral Universitas dat de studenten onder een stapel syllabi bedelft. Deze oneigenlijke cursusdienst van de Stadscampus was jarenlang een onderdeel van Unifac tot het zich eind jaren 70 afsplitste en door twee studenten werd omgevormd tot een bedrijfje. “We kopieerden lesnota’s van studenten. Nu ja, eigenlijk was het in die tijd nog stencilen; kopieermachines konden we ons niet veroorloven”, herinnert een van de oprichters zich. Vandaag is Universitas uitgegroeid tot een moderne onderneming die niet alleen de cursussen voor UAntwerpen en de AP Hogeschool drukt, maar die bijvoorbeeld ook alle syllabi van de twintig grootste opleidingscentra in België verstuurt. Tegenwoordig maken cursussen nog slechts 25 procent van de omzet van Universitas uit.
Voor handboeken moet je dan weer in de eerste plaats bij Acco zijn. Ook dit Leuvense bedrijf werd halverwege de jaren 50, toen de studiekost torenhoog was, door enkele studenten uit de grond gestampt. Sindsdien opende de coöperatieve vennootschap zeven vestigingen.

 

Leidt die situatie er niet toe dat cursussen op de buitencampussen stukken goedkoper zijn? Dat een universitaire dienst goedkoper te werk gaat dan twee bedrijven met winstoogmerk die een quasimonopolie en een gecombineerde jaaromzet van zeventien miljoen euro hebben, lijkt een evidentie, en dus namen we de proef op de som. Een kleine steekproef leerde ons echter dat Universitas ongeveer € 0,02 aanrekent per bladzijde. Voor een syllabus van een van de buitencampussen moet je afgerond € 0,03 per bladzijde betalen.

 

waakhonden vs. geldwolven?

Betekent dit dat de cursusdiensten van de verschillende studentenclubs op de Stadscampus met existentiële crisissen kampen waar zelfs een filosofiestudent nog een puntje aan kan zuigen? Toch niet. Vooral voor handboeken en lijvige cursussen betaal je als student soms nog te veel. Dat bewijst onder meer het bescheiden succes dat Klio (studentenclub Geschiedenis) onlangs boekte. Het wist professor Christian Laes ervan te overtuigen om zijn cursus bij hen uit te brengen, omdat ze hem goedkoper konden aanbieden dan Acco. Als gevolg daarvan verlaagde Acco de prijs waardoor de aankoopprijs voor Acco-leden zelfs lager kwam te liggen dan via de studentenvereniging het geval was!

 

De cursusdiensten willen als waakhond fungeren en de monopoliepositie van Universitas en Acco blijven afzwakken. Ze hopen ze de prijs voor de student zo veel mogelijk te drukken en de rol van waakhond lijkt nog lang niet uitgespeeld. Dat beaamt ook Beau Vingerhoets, voorzitster van Weduc, de cursusdienst van Wikings-NSK (studentenclub faculteit TEW): “Zeker voor handboeken kan je soms te veel betalen. Dankzij onze zoektocht naar/lobbywerk bij sponsors (coverbranding) en samenwerkingen met uitgeverijen als De Boeck, slagen we er geregeld in om ze goedkoper aan te bieden. Al blijft het uiteindelijk de prof die bepaalt welke uitgever hij verkiest.” Bovendien verenigden de verschillende studentenverenigingen zich in wat vanaf september de ‘Cursusdienst UA Stadscampus’ zal gaan heten.

 

Wij bieden een continuïteit en professionaliteit die er bij studentenverenigingen niet kan zijn.

 

Of hen dat een sterkere onderhandelingspositie en meer bekendheid zal geven, blijft nog maar de vraag. Alle ‘cudi's’ (Weduc, Sofia, PSW, Klio en Lingua) behouden immers hun eigen werking, openingsuren en materiaal. Ze zullen dus enkel een lokaal in het komidagebouw (de resto) delen. Beau: “Sofia drukte de cursussen boven haar stamcafé, het ter ziele gegane Den Uil. In het lokaal dat de unief hen toekende mochten ze dat niet meer. Ook wij konden niks meer verkopen, nadat we ons lokaal in het Unifac-gebouw moesten verlaten. (Sorry Weduc, uw favoriete studentenblad had een warme journalistieke thuis nodig, nvdr.) Op ons voorstel zijn we toen beginnen zoeken naar een gemeenschappelijke locatie voor alle cursusdiensten en we kwamen bij de resto uit. Aanvankelijk was de universiteit niet gewonnen voor het voorstel, maar nu staat ze er helemaal achter.” Een verdere integratie zit er voorlopig evenwel niet in. “Daarvoor moet er eerst voldoende vertrouwen zijn en moeten er heel wat praktische moeilijkheden overwonnen worden,” benadrukt Beau, “maar op termijn kan het misschien wel.”

 

Met die woorden in het achterhoofd trokken we naar Tom Van Uffelen en Frank Libeer, algemeen directeur van respectievelijk Universitas en Acco. Zelden hebben we mensen ontmoet die zo gepassioneerd meters cursussen doorklieven. De heren zijn echter niet onder de indruk. “We gaan daar niet heftig op reageren,” zegt Frank Libeer vastberaden, “het is een vrije markt.” Ook Van Uffelen is niet bang: “Cursusdiensten van studentenclubs hebben altijd al bestaan. Proffen stappen wel eens over naar zo'n studentendienst, maar dat gebeurt evengoed andersom. Bovendien bieden wij een continuïteit en professionaliteit die er bij studentenverenigingen niet kan zijn. Als hun printer stuk is, kunnen ze geen cursussen meer bezorgen en goede praesidia worden opgevolgd door praesidia met minder ondernemingszin. Bovendien krijg ik wel eens van uitgevers te horen dat ze problemen hebben met studentenverenigingen die, door hun beperkte werkingsbudget, hun facturen te laat betalen.”

 

wolven gedomesticeerd

“We zijn ons natuurlijk ook heel bewust van het belang van betaalbaar studiemateriaal. Daarom hanteren we het zogenaamde ‘solidariteitsprincipe’”, vult Libeer aan. “We passen op syllabi een maximale bladprijs toe door de drukkost over alle studenten te verdelen. Daardoor zullen studenten uit minder populaire opleidingen of met erg dunne cursussen niet méér moeten betalen per bladzijde dan de studenten uit massarichtingen als Rechten bijvoorbeeld. Daarnaast zetelen in onze Raad van Bestuur ook vijf studenten die mee kunnen toezien op de prijzen. Sinds dit academiejaar is daar trouwens ook een Antwerpse vertegenwoordiger bij.”

 

Bij Universitas valt eenzelfde geluid te horen: “Ook wij hanteren een uniforme bladprijs ongeacht de oplage of het aantal bladzijden. Die is zelfs overeengekomen met de universiteit.” Dat Universitas en Acco ook de prijs proberen te drukken, is logisch volgens Van Uffelen, want “We moeten proffen en studenten nog steeds overtuigen om hun cursussen bij ons te laten drukken of kopen.” Daardoor is het verschil in kostprijs ten opzichte van de studentencursusdiensten naar eigen zeggen verwaarloosbaar klein. Toen Universitas tien jaar geleden plots geconfronteerd werd met een nieuwe concurrent die ver onder de prijs ging en de Karel de Grote Hogeschool als klant wegkaapte, werden alle prijzen opnieuw tegen het licht gehouden. De nieuwe speler verdween echter even snel als hij gekomen was. Het toont aan dat het geen sinecure is om onder de prijs van Universitas te gaan, die overigens sinds 2005 niet meer werd geïndexeerd.

 

Voor wie vertrouwd is met de werkwijze van het bedrijf hoeft dit niet te verbazen: het systeem is tamelijk kostenefficiënt. Zo worden cursussen steevast in kleinere oplages gedrukt. Doet er zich een tekort voor, dan wordt er on demand bijgedrukt om zo de stockrisico's – die worden doorgerekend aan de student – tot een minimum te beperken. Daar stopt het niet, want zaakvoerder Van Uffelen ziet het groot: “Eigenlijk is het mijn droom om volledig zonder stock te werken. In een ideale wereld zouden alle proffen hun cursussen eind juni binnen brengen. Studenten kunnen dan reeds tijdens de zomermaanden hun cursussen bestellen op onze webshop zodat wij slechts die cursussen moeten drukken waarvoor al betaald is.” Of dit haalbaar is voor drukbezette proffen die de eeuwig veranderende academische wereld moeten bijbenen, is nog maar de vraag. De kloof is alleszins nog groot. Halverwege september hadden sommige proffen hun cursus nog steeds niet ingeleverd, terwijl Universitas de uiterlijke datum op eind augustus had vastgesteld. Nochtans worden er al voor de sluiting van het academiejaar brieven verstuurd naar de faculteiten en hun professoren.

 

invloed van prof en universiteit

De oplettende lezer heeft al door dat proffen heel wat invloed hebben op de uiteindelijke prijs van hun cursus. Aangezien de universiteit geen echt centraal beleid heeft op dit gebied en ook de departementen hier – voor zover we konden nagaan – niet bijsturen, is het de prof die bepaalt waar en hoe zijn cursus wordt uitgegeven.

 

Studenten moeten soms dure handboeken aankopen, terwijl ze er maar enkele hoofdstukken uit moeten kennen.

 

Door te kiezen voor een studentencursusdienst wanneer die een lagere prijs aanbiedt, kunnen ze de markt competitief houden. Nog belangrijker, voor onze portefeuille alleszins, is dat proffen ook de afwerking kunnen kiezen: een syllabus laten inbinden, perforeren ..., het heeft allemaal een invloed op de prijs. Vanwege de vaste bladprijs is een cursus die volledig recto gedrukt is bij Universitas bovendien dubbel zo duur als een recto-verso-exemplaar. Geen verwaarloosbaar verschil! Bij Acco is dat laatste niet het geval. “Wij werken eigenlijk met een vaste gedrukte paginaprijs,” legt Libeer uit. “Of er recto-verso wordt gedrukt, is een keuze van de docent die bijvoorbeeld ingegeven kan zijn vanuit de overweging dat er nota’s op de blanco bladzijde kunnen worden genomen.”

 

“Ik merk soms ook dat studenten dure handboeken moeten aankopen, terwijl ze er maar enkele hoofdstukken uit moeten kennen. Dat is eigenlijk niet nodig, want Universitas kan die hoofdstukken bij de uitgever opkopen en bundelen in een goedkopere reader”, aldus Van Uffelen. “Proffen plaatsen die hoofdstukken ook wel eens op Blackboard, maar als studenten ze dan zelf gaan afdrukken, komt het nog altijd duurder uit.” Maar dat is enkel het geval àls studenten de hoofdstukken afdrukken natuurlijk. “Inderdaad, maar zeg nu zelf, een gedrukte tekst blokken is toch veel beter, dan studeren van een scherm. Dat hebben wetenschappelijke studies trouwens aangetoond.” Libeer is het daar niet helemaal mee eens: “Bij Acco zijn we momenteel ‘Sofia’ aan het ontwikkelen, een digitaal leerplatform dat naast de papieren cursus bijdraagt tot een verdere beheersing van de leerstof. De prijs ervan (tot negen euro per individuele cursus, nvdr.) hopen we op termijn omlaag te kunnen halen.”

 

Voor er misverstanden ontstaan: proffen krijgen noch op de Stadscampus, noch op de buitencampussen een vergoeding voor de verkoop van hun syllabi. Royalty's zijn onbestaande of verwaarloosbaar klein.

 

De meeste proffen zijn zich wel degelijk bewust van hun verantwoordelijkheid. Vaak komen ze zelfs op de proppen met creatieve oplossingen om het prijskaartje binnen redelijke grenzen te houden. Professor Bruno Peeters, voorzitter van de Antwerp Tax Academy, sleepte zo een sponsorovereenkomst met Deloitte in de wacht, dat nu elk jaar de kostelijke wetgevingsbundel (195 euro) cadeau doet aan alle masterstudenten Fiscaal recht en masterstudenten die fiscaalrechtelijke vakken volgen. “Het up-to-date houden van de uitgebreide en snel evoluerende fiscale wetgeving, heeft immers een impact op de prijs. Van een goed boek over Romeins recht, dat niet meer wijzigt, kunnen grotere oplagen worden gedrukt en dus zal de prijs ook lager liggen.” Daarnaast kwam er een studentenuitgave van het handboek Fiscaal Recht dat met zeventig procent korting kan worden gekocht, omdat ze wordt ‘gesponsord’ door de duurdere hardcovereditie die op de markt wordt aangeboden.

 

Of van de universiteit hetzelfde gezegd kan worden, is onduidelijk. Een centraal beleid lijkt te ontbreken. Daarenboven werd in het Onderwijs- en Examenreglement van dit jaar art. 5.3.3 ingevoerd dat strikt genomen het delen van bijvoorbeeld powerpointslides door studenten verbiedt zonder toestemming van de prof. De bepaling mag dan wel een legitieme reden hebben, maar goedkopere studentencursussen kopen zit er dus niet meer in.

 

Studenten die problemen ondervinden met het betalen van hun studiemateriaal, kunnen wel bij het STIP terecht voor een financiële tussenkomst.

 

Art. 5.3.3 OER: studentje pesten of noodzakelijk kwaad?

Vanaf dit academiejaar geldt er een nieuwe regel met betrekking tot de verspreiding van studiemateriaal. Volgens artikel 5.3.3 in het OER is het niet meer toegelaten om “[…] (delen van) studiemateriaal (bv. cursusteksten, slides, oefeningen, voorbeelden examenvragen) dat iemand in het kader van zijn/haar opleiding gratis of tegen betaling heeft verkregen, digitaal of op andere wijze te multipliceren en aan anderen gratis of tegen betaling ter beschikking te stellen, tenzij met uitdrukkelijke toestemming van de auteur; commercieel gebruik door studenten van studiemateriaal is steeds verboden.” Een student die zich niet aan deze regel houdt, kan een straf van de deontologische commissie opgelegd krijgen. Dit kan gaan van vermaning of tijdelijke schorsing tot uitsluiting. Een opmerkelijke maatregel die heel wat verontwaardigde reacties en vooral veel vragen oproept. Toch is er geen reden tot paniek, zegt Anaïs Walraven, voorzitster van de Studentenraad.

 

“Het nieuwe artikel is niet zo streng en onrechtvaardig als het op het eerste zicht lijkt. De procedure is namelijk zo opgesteld dat vooraleer de student voor de deontologische commissie verschijnt, er eerst een studentenbemiddelaar tussenbeide komt. Lukt het dan nog niet om de partijen te verzoenen, zetelen er in de deontologische commissie nog steeds studenten in de tuchtraad die democratisch verkozen zijn. Het is onwaarschijnlijk dat zij voor banale dingen strenge straffen zullen opleggen aan andere studenten. Als er al straffen aan te pas zouden komen, zullen het kleine zaken zijn zoals bijvoorbeeld een tijdelijke schorsing van een week.”

 

“De regel is in het leven geroepen om specifieke problemen en wanpraktijken te voorkomen, niet om studenten het leven zuur te maken”, zegt Anaïs. “Zo zijn er studenten die samenvattingen aan medestudenten verkopen via Quickprinter, terwijl die ‘samenvattingen’ in realiteit slechts een kopie van de cursus zijn waar simpelweg de oefeningen uit werden gelaten.” Daarnaast is er ook een probleem in de richtingen waar veel concurrentie heerst onder studenten om stageplaatsen te bemachtigen. Daar zouden studenten naar verluid bewust foute notities en/of samenvattingen doorspelen om concullega-studenten de loef af te steken. Het zijn dit soort praktijken waar de universiteit met dit nieuwe artikel een einde aan wil stellen.

 

Bovendien zijn proffen ook bezorgd om de vaak povere kwaliteit van de samenvattingen die circuleren, zij willen hier meer grip op krijgen en bijsturen waar nodig. Maar ook de proffen zelf hebben baat bij de nieuwe regels. Zij konden tot nog toe namelijk zelf in een conflict verzeild raken met buitenlandse uitgevers. Volgens de zogenaamde ‘Digital Millennium Copyright Act’ kunnen de professoren immers aangeklaagd worden als het materiaal dat ze hebben overgenomen, vaak gaat het om grafieken en dergelijke, illegaal worden verspreid door derden (lees: studenten). Zo zou er naar verluid vorig jaar een prof aan de universiteit zijn geweest die verwikkeld was in zo'n rechtszaak.

 

en wa moet da kosten professor?

Tijdens onze zoektocht botsten we op veel manieren om de kostprijs nog meer te drukken: proffen kunnen hun cursussen vroeger indienen en recto verso laten drukken, Acco en Universitas vragen soms meer dan de studentencudi's die op hun beurt (nog) niet fusioneren wat hen meer slagkracht zou geven. Toch zagen we vooral heel veel goede wil bovendrijven.

 

Vlieg dus maar met een gerust hart in het nieuwe academiejaar, want over de kostprijs én de kwaliteit van het studiemateriaal wordt gewaakt. “Wist je dat het biologisch afbreekbare plastiekje rond je syllabus al na vijf jaar verdwenen is als je het ritueel onder de grond begraaft?”, vertrouwt Van Uffelen ons nog toe. “En dat ongeacht of je het er in september of in juli hebt afgehaald ...”

 

 

Tips voor studenten: Tips voor proffen:
  • Kijk altijd op de website van de universiteit of op Blackboard naar de vakbeschrijvingen om te weten welk studiemateriaal je verplicht moet aankopen.
  • Wacht tot de eerste les van een vak voor je je cursussen koopt. Zo vermijd je dat je een verouderde syllabus aanschaft.
  • Surf naar de website van de studentencursusdienst van je richting om te zien of zij handboeken en cursussen goedkoper aanbiedt. (Klio, Sofia, Weduc, Lingua en PSW)
  • Ga op zoek naar tweedehandsboeken en -syllabi, maar let goed op het uitgavejaar zodat je geen verouderde versie aanschaft. Vergeet ook niet dat een cursus die reeds door een andere student werd volgekleurd minder vlot leert.
    Aanbiedingen vind je vaak in je mailbox of via de studentencursusdienst van je richting. Zo organiseert Weduc bijvoorbeeld elk jaar de Tweduc boekenmark en wordt midden oktober de Tweduc-website gelanceerd.
  • Hou vakbeschrijvingen steeds up-to-date.
  • Kies voor een goedkope(re) afwerking.
  • Dien uw syllabus op tijd/zo snel mogelijk in.
  • Druk recto verso indien mogelijk (bv. oefeninggedeeltes van een syllabus kunnen wel eenzijdig worden gedrukt).
  • Verzamel de benodigde hoofdstukken in een goedkopere reader.