dwars neemt een loopje met... violist Yossif Ivanov

16/03/2014
Bron/externe fotograaf
Ellen van Steen

Door de stad heen flaneren is meer dan geschiedenis alleen. Onze redactie houdt een rondslenterende tête-à-tête met een individu dat zijn hart verloren heeft aan Antwerpen. Topviolist Yossif Ivanov ziet zichzelf meer als citoyen du monde dan als Antwerpenaar, maar terugkeren naar ’t Stad is voor hem elke keer een nostalgische trip. Op 27-jarige leeftijd heeft hij een indrukwekkend palmares opgebouwd en reist hij de wereld rond met zijn Stradivarius. Het begon allemaal toen hij tweede werd in de prestigieuze Koningin Elisabethwedstrijd op amper 18-jarige leeftijd. Op het ritme van zijn stappen keren we terug in de tijd en voert hij ons mee naar zijn jeugdjaren.

Elke zaterdag wordt het Theaterplein overgenomen door foorkramers die met luide stem hun kleurrijke en exotische waren aanprijzen. Het was daar dat vader Ivanov jaren geleden de eerste viool voor zijn zoon kocht. "Mijn vader is violist en ik ben altijd gefascineerd geweest door het instrument. De boog leek op een trein die over de snaren, het spoor, van de viool reed. Toen ik vijf jaar was, heeft mijn vader op deze markt mijn allereerste viool gekocht voor 1.500 frank."

 

lagere schooltijd

Aan de Frankrijklei ligt het Onze-Lieve-Vrouwecollege, zijn voormalige lagere school. Die school liet hem toe elke maand een week afwezig te zijn om in Duitsland vioolles te volgen. "In vergelijking met andere kinderen van mijn leeftijd, was ik zeker niet de beste violist. Als ik aan wedstrijden deelnam, won ik nooit. Mijn vader vond zelfs dat ik niet zo veel talent had. Na mijn schooltijd oefende ik elke dag nog drie tot vier uur viool. Zeker niet altijd met evenveel zin. Ik ben heel dankbaar dat mijn ouders en mijn school mij altijd hebben gesteund. Zonder hen was ik nooit zo ver geraakt." Op zijn veertiende stopte hij met school om zijn diploma via de middenjury te halen. Zo had hij meer tijd voor muziek.

 

"Achteraf gezien ben ik blij dat het op deze manier is gegaan, maar het was soms zwaar. Geen enkel kind werkt graag elke dag zoveel uur na schooltijd. Ik kon vaak niet meegaan met vrienden wanneer ik dat wilde. Het leven van een muzikant kan eenzaam zijn. Soms was ik het gewoon beu en had ik geen zin meer om te spelen. Maar de muziek zelf hielp mij er doorheen. Het is een privilege om die fantastische muziek te kunnen spelen. De mindere kanten neem je er gewoon bij. De jarenlange slavenarbeid en opofferingen zijn het waard geweest. Ik ben blij dat ik kan leven van wat ik graag doe, dat geeft mij motivatie. Als ik geen solist had kunnen worden, was ik ook blij geweest om gewoon in een orkest te spelen. Ik heb altijd ambitie gehad, maar het was nooit mijn doel om te staan waar ik nu sta."

 

eerste concert

Ook de Koningin Elisabethzaal is voor hem een symbolische plaats. Hier heeft hij op zesjarige leeftijd voor het eerst als solist met orkest gespeeld. "Het concert was niet speciaal, gewoon een paar simpele melodietjes. Toch heb ik het gevoel dat hier mijn carrière begonnen is. Ik heb altijd een haat-liefdeverhouding met het podium gehad. Het is nooit evident om voor een publiek te staan. Het brengt enorm veel stress en werk met zich mee. Elk concert is een nieuwe uitdaging. Je bent maar zo goed als je laatste optreden."

 

Viool spelen is niet Yossifs enige passie, ook cinema kan hem bekoren. "Als ik geen violist was geworden, had ik graag in de filmbranche gewerkt. Regisseren of scenario’s schrijven spreken mij erg aan. Misschien kan het nog, als ik de viool ooit moe ben. Toen ik klein was, was ik een grote fan van films met Arnold Schwarzenegger. Mijn kamer hing vol met posters van hem. Voor mij moet het niet altijd de serieuze Europese cinema zijn, ik hou van allerlei genres. Ik wil alle nieuwe films zien, het is een passie van toen ik nog heel jong was."

 

muziekwereld

Het cliché van de klassieke muziek is dat het een heel afgesloten wereldje is. Met zijn ensemble Trilogy speelt hij samen met twee andere klassieke violisten ook populaire en filmmuziek buiten het klassieke repertoire. "Daarmee proberen we ook de tieners warm te maken voor klassieke muziek en hen naar concerten te lokken. Als ze zoiets te horen krijgen, kan dat voor een kiem zorgen waaruit de interesse verder kan groeien. We willen het brede publiek laten horen dat je met een viool ook andere dingen kan dan stukken van Mozart spelen."

 

Zijn ouders verhuisden dertig jaar geleden vanuit Bulgarije naar Antwerpen omdat zijn vader als concertmeester bij de Filharmonie aan de slag kon. Hij verhuisde naar Brussel toen hij er op zijn drieëntwintigste professor werd. "Ik ben daar gaan wonen omdat het veel gemakkelijker is om van daaruit te reizen. Daarenboven blijft Antwerpen vlakbij. Door mijn vele reizen heb ik niet het sterke nationalistische gevoel gecreëerd dat zoveel anderen hebben. Met mijn ouders spreek ik Bulgaars, met mijn broer en vrienden Nederlands of Frans. Ik voel me geen Antwerpenaar of Brusselaar, eerder een citoyen du monde. We zijn tous les mêmes zoals Stromae zegt. Waar we ook vandaan komen, we zijn allemaal hetzelfde. Met dezelfde vragen en problemen."