Doel, verloren folklore?

Een polderdorp met pit
20/09/2008

Diep verscholen tussen groene vlakten en grijze industrie ligt het met uitsterven bedreigde Doel. Op een steenworp van Antwerpen en in de schaduw van twee dampende koeltorens: een unieke plek voor een uniek dorp.

Een wit spandoek met daarop de woorden “Nooit een dok door Doel, Doel zal blijven” heet ons verbitterd welkom. Het is de kern van een boodschap die het hele dorp lijkt te bezielen. En dat Doel wel degelijk een ziel heeft, blijkt uit de gedreven getuigenissen van haar inwoners. “Vlaanderen zou zijn erfgoed beter moeten beschermen”, meent Pol Putseijs, een jonge vader die sinds drie jaar net buiten het dorp woont. “Het eerste huis dat ze kwamen slopen, dat beeld vergeet ik nooit.”

 

Al aan de rand van het dorp wordt duidelijk hoe erg Doel er aan toe is. Gapende openingen aan weerszijden van de straat tonen de plekken die ooit ‘thuis’ werden genoemd, maar nu niet meer zijn dan door onkruid overwoekerde kavels. Littekens van slingerende sloopkogels en razend bulldozergeweld. Nu is het er stil, maar langzaam aftakelende huizen schreeuwen nog steeds om aandacht. Een hulpkreet die kracht wordt bijgezet door harten die we kriskras tegenkomen op afbladderende deuren en raamkozijnen. “Die heb ik erop geschilderd”, fluistert Sabine ons toe. “Ze symboliseren de liefde voor de woning. Ik schilder ze op elk verlaten pand.” Met plezier poseert ze met haar vriend en kattenkroost voor haar pittoreske huis. “Ons zullen ze moeten buiten dragen!” In hun stem klinkt een vastberadenheid door die bestand is tegen elke sloophamer. En ze zijn niet alleen. Een zeldzame solidariteit ligt als een pleister over de wonden van Doel. Hoe langer we in dit bijzondere polderdorp zijn, hoe meer we beseffen dat Doel niet van plan is om met de witte vlag te zwaaien.

 

De hoofdstraat brengt ons naar het kloppende hart van Doel, de dorpskern. Men kan beweren dat Doel stervende is, maar dood is het allerminst. Op een terrasje in de zon heerst een uitgelaten sfeer onder de dorpsbewoners. Op de vraag waarom Doel moet blijven, krijgen we het ludieke antwoord: “Doel is vakantiegevoel!” Wandelend langs het water van de Schelde beseffen we wat ze bedoelen.

 

En waar we ook gaan, het typische idealisme is niet ver zoek. Stefaan Willaert van café De Doolen (de eerste naam van Doel) kwam speciaal in het dorp wonen uit protest. “Ons land heeft nood aan kleine gemeenschappen zoals Doel, waar dorpelingen nog echt bij elkaar terecht kunnen.” De sfeer van zo’n kleine gemeenschap snuiven we ten volle op aan het dorpsplein. Luid joelende jongetjes vermaken zich in de speeltuin, terwijl twee meisjes zorgvuldig een boeketje samenstellen op hun hurken in het gras. Een kranig ouderpaar fietst ons vrolijk zwaaiend voorbij. Dit is Doel zoals het werkelijk is: een dorp dat leeft en wil blijven leven.

 

Een eindje verder maken we kennis met Jeroen en Martine in hun kunstatelier. Jeroen geeft ons een kritische kijk op de politieke en juridische kant van de zaak. Van een beslist beleid zoals minister-president Kris Peeters het voorstelt, is er volgens hem geen sprake: “De bestemming van Doel is nog steeds woongebied. Men is dus verkeerd bezig en zou beter op z’n stappen terugkeren. Dat hoeft geen teken van zwakte te zijn, soms is dat simpelweg nodig voor een goed beleid.” De tentakels van de overheid hadden Jeroen en Martine even stevig in hun greep. Zij waren één van de beklaagden die begin september voor de rechtbank moesten verschijnen wegens diefstal van water, maar werden vrijgesproken dankzij voldoende tegenbewijs. Maar het hoofd laten hangen wil het koppel niet doen. “Wij proberen Doel te helpen waar het kan. Niet alleen omdat het een mooi dorp is, maar vooral omdat we in een democratische rechtsstaat leven.” Jeroen werpt een gemoedelijke blik op zijn atelier. “Noem het maar artivisme”, glimlacht hij.