Doel

Antwerpen Centraal
14/05/2014
🖋: 

Redacteur Maurits Chabot neemt de lezers mee op zijn stedelijke speurtocht door Antwerpen. Op een persoonlijke manier brengt hij bijzondere plekken die normaal aan de aandacht ontsnappen in kaart.

Ik lig al in bed werk te herhalen als even na twaalf uur mijn mobiel gaat. Een vriend hangt aan de lijn. “Maurits, ik heb een geweldig idee. We gaan met de auto nachtelijk Doel verkennen. Waar ben je nu?” Ik maak de afweging: ofwel nu studeren, straks slapen en morgenvroeg fris doorleren, of de nachtelijke expeditie aangaan. Studeren is verstandiger.
Een halfuur later zit ik met drie vrienden in de auto, op weg naar Doel.

 

Doel is een dorp dat nu al jaren leeg staat. Het kent een bewogen geschiedenis. Het heette in de dertiende eeuw De Doolen en was toen een groep eilandjes in de Schelde. Pas in de zestiende eeuw werd het een officieel dorp. In de Tachtigjarige Oorlog is Doel meermaals om strategische redenen onder water gezet en de jaren na de oorlog overstroomde het dorp enkele keren.

 

De staat van ontbinding die het dorp kenmerkt, is veroorzaakt door politiek gesteggel. De eerste plannen om Doel te slopen dateren uit 1963. In 1968 kwam er een bouwverbod voor Doel, een verbod dat tien jaar later werd ingetrokken: de havenuitbreiding ging niet door. In 1995 begon de trammelant opnieuw. De haven zou toch worden uitgebreid en Doel moest gesloopt worden. Vanaf 1995 werden de bewoners gemotiveerd, betaald en met sociale projecten begeleid om het dorp te verlaten. In 1998 woonden er nog 645 mensen, maar in 2003 sloot de school omdat er slechts acht leerlingen resteerden. Nu staat het dorp al jaren vrijwel leeg, er zijn zestien inwoners overgebleven.

 

Deze meinacht stappen we om kwart voor een in de auto. De weg slingert door het eindeloze havengebied langs kranen, hefbomen, containers en ijzeren constructies; Star Wars in Vlaanderen. Bij de afslag Doel Centrum blokkeert een slagboom met rode lichten de weg: er moet een Belgische identiteitskaart gescand worden om het dorp in te kunnen. Aan de andere kant van de weg, bij de slagboom voor hen die Doel verlaten, hoeft geen pas gescand te worden; enkel wie erin rijdt, dient zijn identiteit bekend te maken. Hotel California: eens je binnentreedt, keer je niet terug.

 

We stappen uit bij de dijk onder de molen, aan de rand van het dorp. Vroeger stond op deze plek een groot fort voor het Nederlandse leger. Nu staat de molen er sierlijk bij, maar ondanks de wind wapperen de wieken niet. Enkele honderden meters erachter rijst de kerncentrale van Doel de lucht in. De centrale stoot dikke stoom uit, voor hem geen rookverbod.

 

Zo ver het oog reikt, flonkeren rondom gele, witte en oranje havenlichtjes. Het lijkt een stad van duizenden vuurvliegjes, Antwerpen is met feestverlichting behangen. Keer je om en je kijkt uit over het desolate dorp. Het contrast met het drukke havenleven is groot: dichtgetimmerde huizen, nergens volk en nauwelijks verlichting, straten vol stilte.

 

De leegte is even beklemmend als fascinerend. Huizen zijn getatoeëerd met schitterende graffiti en leuzen als ‘doel blijft!’, ‘geen dok voor doel’ en ‘stop de waanzin’. Een enkele keer staat op een voordeur of raam: ‘dit huis wordt nog bewoond!’ en ‘we are here’. Op een groot huis met rolluiken staat over de lengte van de gevel ‘verleden tijd’ – gevels als schildersdoeken. Op sommige voordeuren zijn met punaises papieren gepind met aanklachten. ‘Kill the state’. De uittocht van de bewoners ging niet van harte, graffitiverdriet druipt van de straten en de gevels. Bij de dijk staat nog een restant van een verkeersbord dat clubhuis Spuikom aangaf, met daaronder een pijl met opschrift: ‘de koffie staat klaar’.

 

De straten in Doel zijn aangelegd volgens een klassiek schaakbordpatroon, vrijwel uniek in België. In een van die straten lopen we voorbij het Sinte Cornelus Gesticht. Ook dit gebouw is voorzien van graffiti. Op een van de ramen zijn twee meisjes op een schommel geschilderd. Zwarte cirkels vormen de gezichten en de kabels van de schommel waaraan de meisjes zich vastklampen, lijken verdacht veel op tralies. Onwillekeurig versnellen we onze passen en we komen bij de kerk, het enige graffitiloze gebouw. De kerk is verzakt en staat scheef. Rechts ervan ligt de begraafplaats. De grafstenen staan recht overeind en lijken beter verzorgd dan de gevels van de huizen. Opmerkelijk: de huizen zijn dichtgetimmerd, maar het ijzeren hek van het kerkhof staat wagenwijd open.

 

Het is drie uur ’s nachts. Hoewel het dorp, de graffiti, de stilte en de aanblik fascinerend zijn, voelt het ook unheimisch. Doel is stil en leeg. De haven ruist en de kerncentrale rookt verlekkerd verder. December vorig jaar bleek dat het dorp voorlopig toch niet gesloopt wordt: de plannen voor havenuitbreiding zijn op de lange baan geschoven. De bewoners zijn echter al vertrokken.