De docent getest

Onderwijsevaluatie aan de UA
08/04/2010

De UA wil van je horen! Wil je je hart eens luchten of opgekropte frustratie uiten? Onze universiteit biedt een luisterend oor in de vorm van een studietijdmeting of een evaluatieformulier. Ja, ik heb het over die mails die op het einde van elk semester vragen om je mening te geven over een vak dat je de voorbije maanden hebt gevolgd.

Je hebt het misschien al in de krant gelezen: de Universiteit Gent heeft beslist om de onderwijstaak van Marc Cogen, hoogleraar Internationaal Publiekrecht aan de faculteit Rechten, te beëindigen. Reden: negatieve onderwijsevaluaties. Maar hoe zit die evaluatie van docenten nu juist in elkaar? Om dit te weten te komen, ging uw dwarsreporter haar licht opsteken bij Ian Segal, stafmedewerker Kwaliteitszorg Onderwijs.

 

Docenten worden minstens één keer om de vijf jaar geëvalueerd door evaluatiecommissies die door de faculteit zijn samengesteld. Wat geëvalueerd wordt, zijn de prestaties van onderwijs, onderzoek, dienstverlening en management. Deze faculteitscommissies beoordelen de academische prestaties van de docenten als ‘gunstig’, ‘ondermaats’ of ‘onvoldoende’. Een belangrijk onderdeel van de onderwijsevaluatie van de docent zijn de evaluaties door de studenten. Sinds 2005 gebeuren onderwijsevaluaties door studenten op de manier zoals we die nu kennen. Ten minste één keer om de vier jaar wordt elk opleidingsonderdeel geëvalueerd door de studenten.

 

En dan nu ‘la question jambon’: wordt er ook echt rekening gehouden met wat je invult? Jazeker. In 95 procent van de gevallen krijgt de docent een positieve beoordeling door de studenten. Studenten geven af en toe wel aan wat er nog verbeterd kan worden, maar de globale teneur van de meeste evaluaties is positief. Wanneer een docent van zijn studenten een negatieve evaluatie krijgt, volgt er een heel opvolgingstraject. De decaan maakt, na bespreking van de evaluatieresultaten met de evaluatiecommissie en de docent, afspraken met die laatste om de nodige aanpassingen te doen. De commissie volgt de uitvoering van deze afspraken op door het opleidingsonderdeel in kwestie regelmatig opnieuw te evalueren. Ik hoor jullie al denken: “Aha, dan kan ik die prof die mij gebuisd heeft eens goed liggen hebben!” Neen, zo werkt het niet. De vragenlijst is zodanig opgesteld dat de studenten geen misbruik kunnen maken van deze vorm van studenteninspraak.

 

De enquêtes bij elk gevolgd opleidingsonderdeel zijn niet de enige manier om het onderwijs als student te beoordelen. Ook via studietijdmetingen krijgt de student inspraak in zijn of haar universitaire opleiding. Met de studietijdmetingen wordt de studeerbaarheid van een opleiding geëvalueerd. Elke bacheloropleiding heeft een studieomvang van ten minste 180 studiepunten en een master (na master) van ten minste 60 punten. Eén studiepunt komt volgens het decreet op het hoger onderwijs overeen met 25 à 30 uren studietijd. Dat betekent dus dat je jaarlijks 1.500 tot 1.800 uren bezig zou moeten zijn met je opleiding, wat overeenkomt met werkweken van 38 tot 45 uren. Het gaat om het aantal uren dat je studeert voor de verschillende vakken, maar ook om de tijd die je besteedt aan het volgen van hoorcolleges, het schrijven van verhandelingen, het uitvoeren van proeven in practica, het afleggen van examens, etc.. Waarschijnlijk heeft elke student al eens een driestudiepuntenvak gevolgd met het ego van één van zes. Wel, met deze studietijdmetingen kan je nu aangeven wanneer een bepaald vak meer uren van je vraagt dan het eigenlijk zou mogen. Deze studietijdmetingen worden voorlopig vooral doorgevoerd in de bacheloropleidingen en bij generatiestudenten.

 

Even de tijd nemen om de evaluatieformulieren of de studietijdmetingen in te vullen, loont dus zeker de moeite. Je kan je ei eens kwijt over te moeilijke examenvragen en onbegrijpelijke proffen, maar ook over boeiende syllabi. Door problemen die jij tijdens je opleiding hebt ondervonden te signaleren, geef je de UA de kans om die probleempunten aan te pakken. De studenten die na jou komen, zullen je dankbaar zijn.