Pop- en rockopleiding

Meeloper
21/03/2009

Temidden van een industriegebied staat een gebouw met posters aan de gevel, fietsen ertegen en een troepje dat staat te roken ervoor. Op de trap kruis ik iemand met een gitaarkoffer. Boven in de hal hangen een tiental gouden platen. Dit is de Muziekodroom. Elke maand loop ik mee met een bijzondere opleiding. Vandaag word ik rockmuzikant.

Geen amateurs

De kale bar van de Muziekodroom, die behalve campus van de Pop- en rockopleiding ook concertzaal is, doet dienst als centrale ruimte. Voor en na optredens drinken muziekfans hier hun pintjes. Tijdens de schooluren zitten de studenten er met hun Macs aan de rode tafeltjes. De opleiding bestaat nog maar net en is een samenwerking tussen de Muziekodroom en de Provinciale Hogeschool Limburg, de hogeschool met de laptop. “Dit initiatief is een gevolg van de professionalisering van de hele sector vanaf 1999”, vertelt Raf, het departementshoofd. “Er waren al muziekopleidingen – de conservatoria – maar die zijn klassiek georiënteerd. Wij richten ons echt op rock-’n-roll.” Vorig jaar deden zo’n 260 rockers een toelatingsproef, waarvan zestig nu Muziek, Muziekmanagement of Muziektechniek studeren. De jongens en meisjes die normaal gezien dus in de garage repeteren, op hun kamer versterkers in elkaar steken en uit elkaar halen, of op Myspace naar talent zoeken voor een free podium, komen sinds september dit jaar allemaal samen in Hasselt op de rock, rock, rock-’n-roll high school.

 

Geen toekomstmuziek

Ik doe de deur open die naar de drumles moet leiden, maar al wat ik zie is weer een deur. Alle repetitieruimtes hebben er twee om het geluid binnen te houden. Wanneer ik aan Stijn, de enige leerling in deze privéles, vraag of ik niet stoor, antwoordt leraar Mario Goossens (Triggerfinger) dat rocksterren in wording wat aandacht moeten kunnen verdragen. Stijn denkt daar echter anders over. Hij zal al heel blij zijn als hij later zijn geld kan verdienen als muzikant. Momenteel geniet hij vooral van de kansen die hij krijgt in de Pop- en rockopleiding: “Het is echt wel vet om les te krijgen van mensen die honderdduizend keer beter zijn dan jij. Bovendien leer ik hier niet enkel drummen, ze maken van ons echt complete muzikanten.”

 

In een lokaal met seventies bloemetjesbehang analyseert zangleraar Anton Walgrave de opnames van zijn vier studenten. Elke zeven weken werken de muzikanten rond een bepaald thema. Vandaag is dat British R‘n’B en Merceybeat. The Beatles, The Smiths en Das Pop maken deel uit van het repertoire. Na allerlei technische probleempjes met de software en terwijl sommigen hun mails checken, neemt Anton de gitaar erbij: “Even allemaal samen.” Meerstemmig weerklinkt ‘Nowhere man’. Bij het zien van vier zangers en zangeressen in een oefenruimte doemen de beelden van ‘Idool’ voor me op. Simon weerlegt dat hij nooit aan zo’n wedstrijd mee zou doen. Desnoods blijft hij altijd in de underground. Als hij evenwel mag dromen, dan verkiest hij toch een carrière in het buitenland, met name in Scandinavië: “Daar leeft rock en dan vooral glamrock en gothic ook echt. Dat is meer mijn stijl.” Hij draagt een broeksriem met een Batman-logo als gesp en één van de zangeressen heeft een bling bling muzieknoot rond haar hals hangen. Wanneer drummer Mario aan Anton komt vragen of die ’s middags mee gaat eten noemt hij hem Toontje. Goede naam voor een zangleraar.

 

Geen eenheidsworst

Het audiolokaal is voorzien van twee geweldige mengpanelen. Hier leren de muziektechnici de geheimen van de P.A., ofwel de geluidsinstallatie. Erik Loots heeft het over Ohm, weerstand, impedantie en frequenties. Toegegeven, net als in de lessen Technologische Opvoeding zo’n tien jaar geleden haak ik af bij zulke termen. Wanneer Erik, die het geluid van Liza Minelli nog verzorgde, me later wijst op het belang van de technicus, kan ik weer volgen. “Het is ook cruciaal om over een stevige muzikale bagage te beschikken. Je moet bijvoorbeeld weten dat een Elvis-cover een slapback delay vereist.”

 

’s Middags word ik even uit het aura van rock-’n-roll gerukt. Omdat ze niet in Londen of New York zitten, gaan de studenten gewoon lunchen in het restaurant van de hogeschool. Naast de inkomdeur hangt een bordje met ‘popinlimburg.be’. Het klinkt wat als ‘vloekenindekerk.be’. Gelukkig woon ik even later alweer een miniconcertje bij waarop Cloe en lesgever Jo Mahieu met hun Fender Stratocaster Led Zeppelin opvoeren. Wanneer de Jimmy Page in opleiding een foutje speelt, laadt Jo zijn gitaar alsof het een geweer is, richt het op zijn leerlinge en ‘Pang!’. “Komaan, nog een keer. Of nog een keer of zes.” Wat later luidt zijn advies: “Use the Force.”

 

De twintig muziekmanagers zijn druk telefonerend en mailend in de weer met het screenen van het clubcircuit. Net als sommigen in de sector zelf sta ik wat sceptisch tegenover dit deel van de opleiding. Leerkracht en man met ervaring Peter wijst echter op het toenemende rol van indie, onafhankelijke muziek. “Met de kennis die wij doorgeven, wapenen wij onze studenten.” Hopelijk is de Pop- en rockopleiding inderdaad een goed antwoord op makke mainstream. Een wijze man zei ooit: “Rock and roll can never die.” De jongens en meisjes in de Muziekodroom zijn daar het levende bewijs van.