het profiel van een profeet?

Montasser AlDe’emeh solliciteert
23/10/2014

Montasser AlDe’emeh haalt vaak het nieuws als expert van het Syriëconflict, de internationale jihad en de radicalisering. Hiervoor heeft hij als Belgische Palestijn de perfecte achtergrond. Niet alleen behaalde hij aan de KU Leuven een masterdiploma in de Arabistiek en Islamkunde, ook  volgde hij een master in de Wereldsgodsdiensten, Interreligieuze Dialoog en Religiestudies aan diezelfde universiteit. Bovendien studeerde  hij Jewish History, Thought and Civilisation aan het Institut d’Etudes du Judaïsme van de ULB. Vandaag de dag doet hij als doctoraatsonderzoeker in de Politieke Wetenschappen een onderzoek naar de beweegredenen van Belgische moslims om als strijders naar het Midden-Oosten trekken. Afgelopen zomer bezocht hij Jordanië, Syrië en Gaza waar hij verschillende Syriëstrijders heeft geïnterviewd. Iets minder heroïsch spreekt dwars in het Centraal Station van Antwerpen met hem af. Over een warme kop koffie geeft hij zijn kijk op België, het Midden-Oosten en zijn geloof in het goede.

een warm Belgisch welkom

Mijn oudste herinnering aan België is een pak zand in mijn gezicht. Een warm onthaal kreeg ik niet als vluchteling, ondergebracht in Molenbeek bij een Marokkaans gezin. De eerste jaren waren vooral jaren van armoede en angst. De Staatsveiligheid viel ’s nachts in ons huis binnen om onregelmatigheden te controleren. Al Qaeda bestond toen nog niet en ondermeer door de aanslagen in München was men Palestijnen gaan wantrouwen. Mijn vader en twee oudere broers waren sans-papiers en stonden dus constant gespannen, klaar om te vluchten. Dat is geen veilige situatie om een kind in op te voeden.

 

Ik word niet gezien/erkend als Belg. Dat gevoel heb ik. Ik ben allochtoon of Palestijn. Voor een groot deel van de bevolking zijn wij ‘nieuwe’ Belgen, tweederangsburgers. Of gastarbeiders die hier niet mochten blijven. Zo worden we veroordeeld om eeuwig ‘gast’ te blijven en dat in eigen land. Ik krijg heel veel doodsbedreigingen, maar daarom haat ik de mensen die mij bedreigen nog niet. Ik besef dat ze onwetend zijn en te weinig kennis hebben om te begrijpen waar ik voor sta, wat ik zeg. Veel mensen zitten in een boerengat en kennen weinig tot geen moslims persoonlijk. Ze komen enkel op een negatieve manier in aanraking met de islam: via oorlogsberichten, kleine criminaliteit, terreurdreigingen. Vervolgens horen ze hoe ik de Syriëstrijders als mensen wil voorstellen. Dat creëert afstand. Maar ook mijn eigen volk vindt het raar dat ik probeer om niemand te veroordelen en een neutrale positie probeer in te nemen. Op dat vlak ben ik een enkeling, alleen in mijn denkwereld. En dat is soms verdomd eenzaam.

 

Ik ben in Auschwitz geweest. Dat was een keerpunt voor mij. Toen ik Joodse Geschiedenis ben gaan studeren besefte ik dat hun geschiedenis, cru gezegd, al 2000 jaar klote is. Vanaf de kruisiging van Jezus werden de Joden overal gehaat, beschuldigd en vervolgd. Het trieste hoogtepunt volgde in WO II. Maar drie jaar later richtten ze de staat Israël op. Drie jaar later doen zij, op hun beurt, de Palestijnen onrecht aan. En dat vind ik fout. Onrecht is onrecht, hoe klein het ook is. Er is geen ‘erger’ onrecht, onrecht plegen omdat je onrecht is aangedaan, creëert een ‘oog om oog, tand om tand’-situatie. Palestijnen hebben niet eens iets met de Holocaust te maken. Dan ben je echt niet beter dan diegene die jou leed heeft berokkend. Ik zag overal onrecht toen ik als jongere rond me heen keek: eerst voornamelijk in Gaza en Palestina. Later zoomde ik in op België, op mijn eigen omgeving. Waar een man zijn vrouw zomaar verrot sloeg. Veel kleinschaliger geweld. Maar toch: geweld. Toen besefte ik dat onrecht overal zit. Sindsdien wilde ik de processen van haat en geweld bestuderen, net om deze te kunnen bestrijden.

 

Eerlijk, ik wou dat heel mijn familie was uitgeroeid in 1948 en dat er niemand meer overbleef. Ik vind soms dat je beter iemand doodt dan hem in een onrechtvaardige situatie te laten zonder hem te helpen. Dat creëert zo’n onnoemelijk menselijk leed. Ik besef dat ik dan ook zelf niet had bestaan, ja. Maar ons lijden, onze schaamte, onze miserie, dat had dan ook niet meer bestaan. Ik ging deze zomer terug naar de vluchtelingenkampen in Jordanië, waar mijn familie helemaal aan de grond zit. Ze hebben niet eens zetels. Na 66 jaar. Maar na zo’n bezoek keer ik dan veilig en wel terug naar België dat me misschien niet hartelijk opnieuw in de armen sluit, maar me wel de kans heeft gegeven om te overleven en te studeren. Hierdoor zit ik evenwel met een extreem schuldgevoel. Mijn ouders konden vluchten.

 

Vluchten. Dat is een eigenschap van de profeten. Ik vind dat prachtig. Jezus is gevlucht, Abraham is gevlucht, Mozes is gevlucht, Mohammed is gevlucht. Diegenen die zeggen: “wij zijn het volk van Israël”, dat zijn diegenen die het werkelijke volk van Israël onderdrukken. Dat zijn Palestijnen. Kijk naar mijn verschijning: ik ben een Semiet. Ik heb een joodse neus. In oorsprong zijn wij Joden, eerst bekeerd tot het christendom, vervolgens tot de islam. Wat betekent dat we eigenlijk allemaal verbonden zijn met elkaar. Dat is toch prachtig?

 

 

wie is er bang van de boze wolf?

Niet elke moslim vertegenwoordigt de islam. Dé perfecte moslim bestaat niet. Iedere moslim praktiseert zijn godsdienst op zijn manier en probeert te leven naar de waarden en normen die de Koran verkondigt. Maar iedere moslim buigt de regels naar zijn persoonlijke identiteit, het blijven in de eerste plaats toch ook mensen. En mensen, die maken fouten. Die persoonlijke identiteit wordt niet alleen gevormd door je geloof maar ook door de omgeving waar je in opgroeit, het sociaal contact dat je hebt, je plaats in de maatschappij. Daarom is het fout om een hele religie aan Al Qaeda of IS te koppelen. De Rotterdamse burgemeester Ahmed Aboutaleb vindt dat moslims een standpunt tegen IS moeten innemen en zeggen: ‘niet in mijn naam’. Dat vind ik echt niet kunnen. Zo duw je iemand in een hoek, zet je hem onder druk en dwing je hem vervolgens om verantwoording af te leggen. Ik vind het wel een goed idee dat imams hier een duidelijk standpunt over innemen: zij blijven tenslotte de geestelijke verantwoordelijken.

 

Mensen die moslims marginaliseren en gaan haten omwille van hun angst, zijn slachtoffer van hun eigen zwakheid. Angst kan je nooit met haat en geweld bestrijden. Ik heb als Palestijn alles verloren in mijn jeugd. Haat ik Joden? Nee toch. Wat heeft een Jood in Antwerpen met de genocide op mijn volk te maken. Iedereen is gemaakt door de omstandigheden in zijn leven. Ik probeer daar begrip voor te hebben. Dat begrip kwam uiteraard niet direct, daar heb ik een lang pad en verschillende studies voor moeten afleggen. Iedereen is namelijk slachtoffer van de omstandigheden waar hij of zij in leeft. Je moet steeds terugkeren naar de oorsprong van het conflict. Je kan moeilijk IS gaan bekritiseren zonder te kijken naar de voedingsbodem van het conflict en het onrecht dat daar heeft plaatsgevonden de afgelopen elf jaar. Is het niet normaal dat een Irakees die in Abou Ghraib gemarteld werd, zich daarna tegen zijn vijanden keert? Maar dat begrip heeft ook iets gevaarlijks: het is enkel en alleen de eerste stap in probleemoplossing. Anders geef je iedereen die onrecht heeft ondervonden, een reden om te haten. De eerste stap is daarom: je inleven in de ander en begrip hebben voor zijn moeilijk verleden. Daarna moet je in dialoog gaan in plaats van de haat te cultiveren. Dus ik probeer te begrijpen waarom jihadisten terreuraanslagen plegen, maar daar stopt het dan ook. Tot op het moment dat men iemand ombrengt. Want niemand mag onschuldigen doden en/ of misdaden tegen de menselijkheid begaan.

 

Ook ik ben al het slachtoffer geworden van terreur, vergeet dat niet. Niet alleen door mijn verleden, maar ook door de standpunten die ik inneem (door ernstige doodsbedreigingen heeft dhr. AlDe’emeh een week na dit interview zijn publiek profiel van Facebook en Twitter gehaald, nvdr.). Mijn reizen naar het Midden-Oosten zijn eveneens niet zonder gevaar. Zo werd ik door Al Qaeda eerst ontvoerd, geblinddoekt en vier uur vastgehouden omdat ze mij aanzagen voor een mol. Dan is het erg belangrijk om kalm te blijven. Ook in België vinden sommigen mij een wolf in schaapsvacht en word ik wantrouwend bekeken. Dat voelt soms erg ondankbaar aan. Waarom ik mij dan toch de moeite getroost om zulke reizen te ondernemen? Ik zoek in functie van mijn doctoraatsonderzoek een beleid uit voor de toekomst. Een pacifistisch beleid dat ons dichter bij elkaar brengt in plaats van elkaar weg te duwen.

 

een herder en zijn schapen

De toekomst ziet er voor het Westen niet rooskleurig uit. Elke allochtone jongere die vervreemdt van de maatschappij door problemen thuis of op school, gaat net meer houvast zoeken, bijvoorbeeld door zich te verdiepen in de islam. Doordat deze jongeren zich slecht in hun vel voelen en de indruk hebben nergens thuis te horen, raken ze geïsoleerd en gaan ze op zoek naar een alternatief. Reageren met een repressief beleid duwt hen, volgens mij, nog meer het pad van de radicalisering op. Het geeft hen nog méér het signaal dat ‘het Westen hen niet moet’. Ik vond het dan ook een erg slecht idee om de Belgische F16’s naar Irak te sturen. Met elke bom die je dropt, maak je IS sterker en onderschrijf je alleen maar het beeld dat het Midden-Oosten van ons schetst.

 

Antiradicaliseringsprogramma’s hebben volgens mij gewoon geen nut. De moslimjongeren kennen de échte islam niet. Ze komen daar niet mee in aanraking. Ze krijgen enkel een light-variant gepredikt. Daarom zeg ik ook telkens opnieuw tegen de Belgische staat: jullie zijn ezels. Geef geen miljoenen uit aan deze programma’s, dat heeft geen nut als je niet op het terrein werkt. Zorg ervoor dat de jongeren kennis hebben, zorg dat er een religieuze tegenbeweging wordt gestart die zoekende moslimjongeren uitleg geeft. Op tv moet ik dat niet verkondigen, zij zijn vaak slechts geïnteresseerd in het conflict-aspect. Maar ook de imams schieten daarin schromelijk te kort. Het is niet erg om een mening te prediken, maar men moet te allen tijde ruimdenkend blijven.

 

Allochtoon, autochtoon... we leven in één samenleving. En dat is vaak wat we vergeten: samenleven. In plaats van naast elkaar te leven, moeten we leren mét elkaar te leven. De Koran zegt het zelf: “God heeft verscheidenheid geschapen.” Verscheidenheid is goed. Waarom kunnen we daar dan niet mee omgaan? België heeft echt een communicatieprobleem: mensen zijn gesloten en houden afstand. Als je hier ’s morgens goedendag zegt, trekken mensen grote ogen alsof je hen wil beroven ofzo. Terwijl in dialoog gaan met de ander volgens mij net dé oplossing is. Multiculturaliteit zou zo verrijkend kunnen zijn. We leven in een ongezonde maatschappij waar de ander altijd de schuld heeft: zijn het de moslims niet, dan zijn het de Walen. Dat is een ongezonde reactie.

 

Door mijn kennis zit ik met een verantwoordelijkheid. Soms ervaar ik dat echt wel als een last. Ik bereik zoveel jongeren. Als ik achteraf verneem dat er iets gebeurd is, voel ik toch altijd een steek van schuldgevoel, alsof ik meer had kunnen doen. Door nauwer met hen in contact te blijven. Weet je dat AlDe’emeh in het Arabisch ‘steunpilaar’ betekent? Wel, dat wil ik zijn. De profeten vormen hiervoor mijn bron van inspiratie. Ja, ik heb in dit interview vaak het geloof aangehaald. Maar kijk naar Syrië, Libanon, Israël, Jordanië, Palestina,... Alle gebieden waar vroeger de profeten aanwezig waren, zijn nu complete rampgebieden. Toch moet iedereen in de eerste plaats zijn eigen messias zijn. Je moet zelf de verandering zijn waarop je zit te wachten. Daarom wil ik eerst hier en dan elders mijn verantwoordelijkheid nemen, mijn kennis delen. Maar in de verre toekomst wil ik graag ergens in den buiten op een boerderij tot rust komen. Met een heleboel schapen, zoals het een échte herder betaamt (lacht).