wanneer data niet langer de jouwe is

of hoe Amerika jouw identiteit kocht

06/04/2017

Data doet de wereld bollen, ofschoon je jezelf verkneukelt om platenspelers en ander analoog geharrewar. De vierde industriële revolutie lijkt zich steeds duidelijker af te tekenen boven ons gedigitaliseerde Avondland. En dit laat zich in eerste instantie niet zien in de wonderbaarlijke opkomst van co-assisterende robots en zelfrijdende vrachtwagens. Nee, het toont zich in de zelfverwording van de anonieme internetgebruiker tot een product met klinkende munt. En laat Amerika hier nu net een voorloper in zijn.

Zo keurde het Amerikaanse Congres op 28 maart 2017 zonder pardon een wetswijziging goed die internetproviders vrije baan geeft om de browsergeschiedenis van hun cliënteel door te verkopen. De wetswijziging gaat rechtstreeks in tegen de regelgeving betreffende privacy op telecommunicatienetwerken die vorig jaar door de Federal Communications Commission (FCC) in gebruik werd genomen. Volgens deze regelgeving moet een klant expliciet toestemming verlenen aan een internetprovider opdat deze zijn data mag gebruiken voor advertentie- of marketingdoeleinden.

 

Aan de laatstgenoemde bescherming van de Amerikaanse digibeet zal hoogstwaarschijnlijk een einde komen. Het Huis van Afgevaardigden is immers meegegaan in het verhaal van de Senaat om de huidige regelgeving terug te schroeven. Enkel de handtekening van de Amerikaanse president ontbreekt nog. Echter, zoals aangegeven in een verklaring van het Witte Huis, steunen het huidige Amerikaanse bestuur en haar adviseurs deze wetswijziging. Een verlossende pennentrek volgde dan ook snel (op 4 april 2017).

 

Voorstanders van de wetswijziging stellen dat een aanpassing van de huidige regelgeving noodzakelijk is om de eindmeet van privacy gelijk te trekken voor alle betrokken actoren. Bedrijven zoals Google en Facebook hebben nu immers een streepje voor, omdat zij hun gebruikersdata vrij mogen gebruiken. Tegenstanders poneren dan weer dat internetgebruikers juist de volmacht over hun eigen data moeten behouden. Volgens hen kan een Amerikaans toegangsticket tot het wereldwijde web niet gepaard gaan met een offer van persoonlijke gegevens. Velen opteren dan ook voor een Virtual Private Network (VPN), waarmee dagdagelijks dataverkeer kan worden versleuteld en geanonimiseerd.

 

Eén van de eerste vragen die de modale lezer zich kan stellen is: “Wat betekent dit nu voor ons – ja ons, die dappere Gallische nazaten met hier en daar een onverstaanbaar accentje?” Wel, niet enorm veel. Een gelijkaardige situatie waarbij een dergelijke wetswijziging wordt doorgevoerd in België of Nederland is de eerstkomende jaren moeilijk denkbaar. Dit komt doordat onze respectievelijke privacywetgevingen voldoen aan Europese richtlijnen die vanuit een passie voor de persoonlijke levenssfeer steeds sterker worden aangescherpt. Dit in tegenstelling tot de Amerikaanse vermarktingsfilosofie.

 

Het geeft echter stof tot nadenken. In hoeverre is het rechtvaardig te noemen dat een betaalde dienst mijn surfgedrag zou kunnen gebruiken voor eigen verrijking? En zo niet uit winstbejag, zou mijn doen en laten überhaupt inzichtelijk moeten zijn voor eender wie in een neutraal kluwen van digitaal spinrag? Ofschoon deze vragen voornamelijk worden gesteld door vreemde jongens met aluminiumfoliehoedjes, zal ik via mijn VPN-verbinding doorheen het vrije internet blijven banjeren.