De gender-loonkloof

Eigen gelijk eerst
06/04/2008
🖋: 
Auteur extern
Inga Verhaert en Jan Denys

Mannen en vrouwen zijn niet gelijk. Ze zijn echter wel gelijkwaardig; zo ver zijn we al, na tienduizend jaar beschaving. Wat dan met het overduidelijke verschil in verloning? Uit het Loonkloofrapport van het Instituut voor de Gelijkheid van Vrouwen en Mannen (www.igvm.fgov.be) blijkt namelijk dat er gemiddeld een verschil van 15% bestaat tussen het loon van vrouwen en dat van mannen. In de industrie en marktdiensten bedraagt dat verschil zelfs 25%.

Is de loonkloof een gevolg van de eigenschappen en gedragingen die ons in staat stellen vrouwen van mannen te onderscheiden? Borsten, brede heupen en een lager loon als secundaire geslachtskenmerken? Of is het iets dat gegroeid is in onze tot voor kort vrijwel uitsluitend masculiene maatschappij? Twee X-chromosomen als grond van discriminatie?

dwars schreeuwde in de loonkloof en luisterde naar de echo's.

Discriminatie is de enige uitleg

De loonkloof tussen mannen en vrouwen bedraagt bruto gemiddeld 25% per maand. De oorzaken zijn divers. Zo is er verticale segregatie op de arbeidsmarkt: in beslissingsfora van bedrijven maken vrouwen maar voor 5% de dienst uit. Er is ook horizontale segregatie: er zijn typische mannen- en vrouwenberoepen, met de vrouwenberoepen als de minst betaalde. Ook deeltijds werk verklaart wat: ruim 80% van de deeltijds werkenden zijn vrouw.

Toch zijn er mensen die het bestaan van de kloof in vraag trekken. Hun argumentatie verandert voortdurend. Eerst werd het bestaan van een loonkloof gewoon ontkend. Wanneer de cijfers het tegendeel bewezen, heette het plots dat de kloof eigenlijk veel kleiner was dan 25 %, of dat er goede redenen waren voor het bestaan ervan. Mannen zouden meer verdienen omdat zij continu (net)werken zonder (loopbaan)onderbreking en minder belang hechten aan het privé-leven. Vrouwen zouden dan weer minder in staat zijn zich kapot te werken en te veel belang hechten aan het private. En dus zouden ze ‘genoegen nemen’ met minder loon. Redenen die dus altijd met de bewuste keuze van de vrouw te maken hadden, opdat er geen ‘niet verklaarde verschillen’ zouden overblijven. Want die niet verklaarde verschillen hebben een naam: discriminatie.

Het is maar hoe je het bekijkt. Onderzoek met bijbehorende cijfers kan een deel van de kloof niet verklaren, tenzij door discriminatie. En het verklaarde deel van de kloof is daarom nog niet rechtvaardig. Of moeten we het normaal vinden dat in 2008 mensen ongelijk betaald worden voor pakweg bandwerk? Omdat de vrouw dat werk uitvoert in een “vrouwelijke” sector zoals de confectie?

Op 31 maart voerden Zij-kant en de ABVV vrouwen actie onder de titel ‘Geef vrouwen hun verdiende loon’. Dat blijft helaas nog altijd de pertinente baseline van Equal Pay Day – de dag voor meer loongelijkheid tussen vrouwen en mannen.

 

Inga Verhaert (sp.a) is gedeputeerde voor Gelijke Kansen van de Provincie Antwerpen

 

 

De keuzes bepalen het loon

Waarom verdienen vrouwen minder? Naast het verschil inzake voltijds en deeltijds werken, spelen er nog een aantal factoren mee. Zo kiezen vrouwen voor jobs die minder betalen. Een universitair afgestudeerde verdient als starter één derde meer dan iemand met een diploma secundair onderwijs. Na twintig jaar loopt dat verschil zelfs op tot 50 procent. Maar ook de studiekeuze speelt een belangrijke rol. Historici verdienen gemiddeld bijna een kwart minder dan ingenieurs. Wie kiest voor de humane wetenschappen weet dat deze richtingen naar jobs leiden die gemiddeld minder opbrengen.

Een andere reden is dat vrouwen hun loopbaan meer onderbreken dan mannen. Wie de loopbaan gedurende een langere periode onderbreekt verliest sowieso op financieel vlak, omdat die onderbreking meespeelt in de anciënniteit. Daarnaast loopt de competentieontwikkeling vertraging op, met bijkomende financiële repercussies. Bovendien verkleinen ook de rol en invloed in informele netwerken in het bedrijf als je voor een tijdje verdwijnt.

Minder bekend is dat vrouwen minder verdienen omdat ze minder belang hechten aan loon dan mannen. Wie minder waarde hecht aan loon, zal bij de onderhandelingen over het arbeidscontract ook minder inzetten op loon. Daarmee is niet gezegd dat vrouwen naïef zijn of de nodige onderhandelingsvaardigheden missen. Ze nemen vrede met een iets lager loon dan een man, maar willen in ruil meer soepelheid van de werkgever inzake de afstemming werk-privé.

Expliciete discriminatie speelt hier een zeer minimale rol. Dat betekent niet dat het verschil geen maatschappelijk relevant thema is, of dat er geen ruimte is voor beleid. Alleen is het de vraag of de juiste maatregelen worden genomen. België heeft de voorbije jaren op verschillende beleidsniveaus een stimulerend beleid gevoerd ten aanzien van loopbaanonderbreking. Hoog tijd om dat beleid te verfijnen en aandacht te schenken aan de negatieve bijwerkingen.

 

Jan Denys is arbeidsmarktdeskundige voor Randstad Dit is een ingekorte versie van een opiniestuk dat eerder in De Morgen (10/03) is verschenen.