Als nieuwe student de weg naar een lokaal vinden is soms een nachtmerrie. Wat als jouw weg naar de les niet alleen onbekend terrein is, maar nog meer obstakels kent? Wat voor veel studenten onzichtbaar is, is voor anderen namelijk een doorn in het oog. Bij toegankelijkheid denk je snel aan drempels, hellingen en aangepaste toiletten. Dat begrip gaat voor studenten met een beperking echter veel verder.

“We studeren voor jobs die verdwijnen”, kopte De Morgen in september. De robots zijn onderweg en pikken onze banen in. En wij? Wij kijken kansloos toe. Althans, dat is wat de kranten ons doen geloven. 100.000 Vlaamse studenten zouden immers voor niets studeren. Moeten we ons zorgen maken?

Gegroet studenten! Nu ik afgestudeerd ben, heb ik jullie land verlaten. Daar waar pintjes vloeien als rivieren, cursussen meer kosten dan je 18m2-onderdak en niemand omkijkt wanneer je van maandag tot donderdag cornflakes als avondeten nuttigt. Met aarzelende, doch harde sprong kom ik terecht in het lage gras van het niemandsland. Ik noem het ‘niemandsland’, omdat ik geen andere gepaste term vind voor het jaar waarin mijn laatste check-in op SisA (bye bye winkelkarretje) en de eerste check-in op de werkvloer (de sleutelhanger voor die badge ligt al klaar) plaatsvinden. Mijn doel is hier elke maand neer te pennen wat mijn pad en gedachten kruist.

Het is niet omdat je veel onnozele weetjes kent, dat je een betweter bent. Dat bewijst een van onze redacteurs elke maand door een waanzinnig interessant, ongelofelijk boeiend of verbluffend spannend feit te delen.

Je zal het maar voorhebben: het ligt op het puntje van je tong en toch kan je er niet opkomen. Dat ene woord ontglipt je keer op keer. Dit jaar schiet dwars alle schlemielen in zulke navrante situaties onverdroten ter hulp. Maandelijks laten we ons licht schijnen op een woord waar de meest vreemde betekenis, de meest rocamboleske herkomst of de grappigste verhalen achter schuilgaan. Deze editie het woord ‘confabuleren’.

door Lukas Kint

Als centrum van onderwijs en onderzoek heeft de Universiteit Antwerpen een schat aan jong onderzoekstalent. Elke faculteit heeft meerdere doctoraatsstudenten om mee te pronken, die zich stuk voor stuk jarenlang verdiepen in hun gekozen vakgebied. Voor deze blikopener sprak dwars af met Wouter Haverals, doctoraatsstudent in de Letterkunde. Na een interview waarin we onder andere leerden dat middeleeuwers dol waren op hiphop, kunnen we alleen maar concluderen dat de Faculteit Letteren en Wijsbegeerte haar zwierig imago wederom alle eer aandoet.

Eind januari, een laat nieuwjaarsfeest. “Mij kan het eigenlijk niet veel schelen wat ze ermee doen, ik heb niets te verbergen.” Mijn gesprekspartner neemt nog een slokje koffie. Al dan niet door toeval ben ik alweer in een discussie over online privacy beland. “Maar ben je daar zeker van? Is het echt zo dat je niets te verbergen hebt?” Er wordt bevestigend geknikt. “Mag ik jouw gsm even?” vraag ik terwijl ik mijn hand uitsteek. “Ik zou graag even je sms’jes doorlezen.” “Waarom?” wordt er ongemakkelijk schuifelend gevraagd. “Heb je iets te verbergen dan?” Stilte.

dwars slijpt het virtuele fileermes en gaat langs de graat van boeken, films, series, games, muziek, theater, haarproducten en rubberen eendjes. Deze keer: het afgelopen week in première gegane theaterstuk Onschuld van de Roovers.

In tegenstelling tot een aanzienlijke hoeveelheid kortverhalen (Anderson, Murakami, Borges, Munro), suites (Bach, Bartok, Chopin) en eenakters (Beckett, Strindberg), kan ik geen enkele kortfilm opnoemen die me na aan het hart ligt. Hoewel ik in mijn niet meer zo piepjonge leven voldoende specimen bekeken moet hebben, heeft – nu ik erover nadenk – geen enkel voldoende indruk gemaakt om, spontaan uit de nevelen mijner geheugen naar voren te treden. (De muziekvideo van Madonna's Like A Prayer, misschien? #bestsongever)